adhd-land
 

 


Utrechts Nieuwsblad / Amersfoortse Courant

Zaterdag 23 November 2002, pagina 5

ADHD bij pubers vaak niet onderkend

Door Helma van den Berg Utrecht/Nijmegen/Zwolle

Veel jongeren ontsporen doordat niet bekend is dat zij aan ADHD lijden.

Zonder behandeling lopen deze tieners grotere risico's bij hun ontwikkeling. Een jongere met ADHD komt vaker in de proble-men en heeft vier tot vijf keer meer kans om aan drugs of alcohol verslaafd te raken dan een andere tiener. Dat zeggen de Nijmeegse hoogleraar Jan Buitelaar, hoofd van het Academisch Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie Oost-Nederland, en jeugdpsychiater G. Hooijer-Wojciechowska. Geschat wordt dat drie procent van de Nederlandse jeugd tussen dr 6 en 18 jaar ( zo'n 85.000 kinderen) een vorm van ADHD heeft.

Maar bij slechts 55.000 jongeren is de diagnose bekend. "Het probleem met ADHD is dat de huidi-ge kennis vooral is gebaseerd op onderzoek bij jonge kinderen. Sommige psychiaters denken zelfs nog dat ADHD in de puberteit wel overgaat."

Een ander probleem bij het stellen van de juiste diagnose is, dat ADHD meestal gepaard gaat metandere gedragsproblemen en dat de symptomen zeer verschillend zijn. De ene adolescent met ADHD is hyperdruk. De ander trekt zich juist terug.

Op pagina Focus 4:

Noodkreet van moeder met ADHD-puber

Hoe moeten we overleven

Schoolartsen, hulpverleners en jeugdrechters komen hen steeds meer tegen. Duizenden jongeren met ADHD die ontsporen of ongelooflijk in de knoei zijn geraakt Oorzaak? Een gemiste diagnose van de hersenstoomis en gebrek aan behandeling. Voor tieners en de betrokken gezinnen zijn de gevolgen vaak desastreus.


Daphne Goedhart (40) uit Utrecht is bang. Doodsbang voor haar zoon Jeroen van 17. Ze kan een 'kaan voor haar kop krijgen' wanneer ze het over huisregels en school heeft. Bedreiging met een mes is allang geen uitzondering meer. 's Nachts zoekt ze soms, als alleenstaan­de moeder, met haar twee dochters van 14 en 10 bescherming in een poli­tiecel.

Jeroen heeft ADHD. Een aangeboren hersenstoomis die pas in zijn puberteit, nadat Goedhart tal van instanties met haar zoon had afgelopen, werd ontdekt. Ook nadien blijken hulpverleners niet in staat Jeroen en zijn moeder te helpen. Jeroen blijft hyperactief, gauw verveeld en is bij tijd en wijlen flink agressief. Volgens zijn moeder heeft hij een redelijk hoog IQ, maar met vrienden en op de verschillende scholen heeft hij altijd problemen. Sinds zijn veertiende wei­gert Jeroen Ritalin te slikken ('Dat is vergif en nergens voor nodig'). Hij gaat steeds meer blowen en drinken, maakt van de dag een nacht en is ver­volgens zijn bed niet uit te krijgen. 's Nachts zijn er binnen en buitens­huis ruzies, vechtpartijen. Goedhart Ik leef altijd in angst. Wat zal hij nu weer doen? Laten ze hem alsjeblieft niet in elkaar slaan. En hoe komt hij straks hier thuis? Weer met einde­loos gevloek en getier? En wat moet ik dan met mijn meisjes? Je bent als moeder zo machteloos." Toch kent Goedhart als geen ander de oorzaak vanJeroens problemen. Het is de chaos in zijn hoofd. Net een computer die op hol slaat, met beelden waarop je geen grip hebt. Daardoor kun je niets logisch plannen en doen. Je bent bij A en voor je het weet sta je bij C, maar dan realiseer je je datje B hebt overgeslagen. Zo gaat het de hele dag door."

 

Nadat bij Jeroen de diagnose ADHD was vastgesteld, begreep Goedhart pas dat ook zij de stoornis heeft. Het moet erfelijk zijn. Mijn broer en andere familieleden hebben het ook. En ik zie nu dezelfde symptoen bij een van mijn dochters. Mijn broer was van jongs af aan hyperdruk. Mij konden zij daarentegen met gemak over het hoofd zien. Ik was altijd stil en teruggetrokken. Ik had zelfs geen vriendinnetje. Nu weet ik dat het ook ADHD is."

Na ruzie op school blijft Goedhart op haar veertiende thuis, helpt haar moeder in het huishouden en werkt nadien als winkelmeisje in de buurt. De chaos in mijn hoofd bleef, maar ik was slim genoeg om de grootste makke op te vangen, dingen te verdoezelen."

Goedhart trouwt en krijgt op haar 23ste Jeroen. Instinctief wist ik dat hij anders was dan andere kinderen. Ik wilde hem knuffelen, vasthouden. Maar zelfs daar was hij veel te ongedurig voor. Maar niemand zag iets vreemds aan Jeroen. Alleen de peuter-leidster gaf me gelijk." Op school wordt Jeroen gepest. Hij is lastig, teveel aanwezig. De juf wordt overspannen van hem, zegt Goed­hart: Maar op school zeiden ze dat er niets aan de hand was. Het lag aan mij. Ik zou Jeroen teveel verwen­nen." Jeroen gaat naar een andere school, waar eveneens problemen rij­zen. Nadat hij vijf keer thuis brand heeft gesticht, neemt zijn moeder hem mee naar het Riagg. Jeroen is dan negen. De psycholoog ziet geen reden tot bezorgdheid, de reeks huis­artsen die Goedhart daarna afsjouwt, evenmin. Zelfs op het internaat waar Jeroen via bemiddeling van de school­arts een halfjaar belandt, wordt de diagnose ADHD gemist. Pas wanneer Jeroen 12 jaar is en hij, wederom op advies van de schoolarts in het toen­malige Academische Ziekenhuis Utrecht belandt, wordt Goedhart ver­telt wat haar zoon mankeert: ADHD, een erfelijke hersenstoomis waaraan zij haar handen vol zal hebben. Inmiddels staat zij er alleen voor. De vader van haar kinderen kan de situa­tie, volgens haar, niet aan. Ze scheid­den. Ritalin brengt bij moeder en zoon even uitkomst. Ze worden er beiden rustiger door. Goedhart: Al vanaf mijn zeventiende slik ik vali­um en slaaptabletten. Maar wat je ook slikt, zelfs in je slaap draaien je hersenen door. 24 Uur per dag hoor ik alle geluiden, moet ik praten, din­gen doen. Dat ik bij dat alles toch nog kan nadenken, dat doet Ritalin nu voor me.

Ze hadden ons veel eerder moeten helpen, dan was er niet zoveel schreef gegroeid.

Als Jeroen 14 is en midden in de pu­berteit zit, escaleren de problemen opnieuw. Maar nu nog heviger. Hij weigert nog langer medicijnen te slik­ken. Zijn moeder en zusjes zien hem veranderen, ontaarden in een eigen­zinnig, opgejaagd en vaak agressieve jongen die zijn eigen gang gaat en zich van niets en niemand iets wenst aan te trekken. De politie is er inmiddels kind aan huis. Volgens Goedhart had dit alles voorkomen kunnen wor­den: Ik had veel eerder moeten we­ten dat ik ADHD heb. Dat Jeroen het heeft. Ze hadden ons veel eerder moe­ten helpen, dan was er niet zoveel schreef gegroeid." Jeroen is een van de vele jongeren in Nederland die ontsporen omdat niet of te laat bekend is dat zij aan ADHD lijden. Uit de praktijk van de hulpver-lening blijkt dat tieners zonder be-handeling grote risico's bij hun ont-wikkeling lopen. Een jongere met ADHD komt vaker in de problemen en heeft vier tot vijf keer meer kans om aan drugs of alcohol verslaafd te raken dan andere leeftijdgenoten. Een kwart van hen krijgt een blijven­de persoonlijkheidsstoornis.

Tot voor kort dacht de medische wereld nogal luchtig over ADHD. De stoornis zou vooral bij kleine jongetjes voor komen. Op elke vier jongens met ADHD, werd één meisje met de aandoening geteld. En ADHD zou in de puberteit vaak vanzelf wel 'overwaaien'. Onderzoeken wijzen het tegendeel uit. ADHD is een aangeboren, chronische hersenstoornis waaraan drie procent van de totale Nederlandse jeugd van 6 tot 18 jaar lijdt. Naar schatting moeten circa 85.000 jongens en meisjes in Nederland een vorm van ADHD hebben. Daarvan zijn inmiddels 55.000 gevallen bekend. Professor Jan Buitelaar, afkomstig van het UMC Utrecht, is sinds kort hoofd van het Academisch Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie Oost-Nederland en hoofd van de afdeling psychiatrie voor volwassen bij het UMC Nijmegen. Hij doet de afgelopen 20 jaar onderzoek naar ADHD. Volgens hem is ADHD via een uitgebreide vragentest goed aantoonbaar maar wordt de diagnose nog vaak gemist omdat 'enorm veel' kinderen niet adequaat door de hulpverlening worden doorverwezen. "De jeugdbureaus die ik ken, melden niet of nauwelijks kinderen met vermoedelijk ADHD bij ons aan. En het probleem met ADHD bij jongeren en volwassenen is ook, dat er zo weinig over bekend is. Onze kennis is vooral gebaseerd op onderzoek bij jonge kinderen."

Een ander probleem bij het stellen van de diagnose is, dat ADHD meest al gepaard gaat met andere gedragsproblemen en dat de symptomen van ADHD zeer verschillend zijn. Het ene kind met ADHD is hyperdruk. De ander trekt zich, vanwege dechaos in het hoofd, juist terug. De teruggetrokken vorm (ADD) komt vooral voor bij meisjes en vrouwen. En dat is de reden waarom de diagnose vooral bij deze groep wordt gemist, zegt Gosia Hooijer-Wojciechowska, seniorarts van de afdeling kinder en jeugdpsyichiatrie van Riagg Zwolle: "Een hyperactieve jongen is storend in de klas. Daarvoor wordt wel hulp gevraagd. Maar een verlegen, sloom meisje in de klas wordt vaak over het hoofd gezien." Hooijer, tot voor kort jeugdarts en schooldokter, was in Nederland een van de eersten die aan het licht bracht dat ADHD wel degelijk ook onder meisje voor kwam. "Het viel me op in de scholen. Dan zag ik van die drukke, of juist dromerige meisjes die eerst nog niet zp opvielcn, maar in de puberteit alle remmen loslieten en dik in de problemen kwamen." Jongeren met ADHD zijn grofweg in twee uitersten te verdelen. De veel te drukke, ongcremdc types en de veel te stille types (ADD). Dit laatste type komt Hooijer vooral onder meisjes tegen:  "Zulke jongeren betrekken alle problemen op zichzelf en komen in een neerwaartse spiraal terecht." Behandeling met medicijnen (als Ritalin), vergezeld van individuele en groepstherapie kan deze uitwassen voorkomen of reguleren. Probleem daarbij is, volgens Buitelaar, dat veel tieners geen medicijnen willen slikken. "Deels hoort dat bij hun leeftijd van uitproberen. Maar ook onder ouders heerst vaak aversie tegen Ritalin omdat menigeen, overigens ten onrechte, denkt dat het verslavend is." Een ander probleem is de vaak gebrekkige opvang van jongeren met ADHD. Riaggs en bureaus jeugdzorg hebben lange wachtlijsten. Internaten en tehuizen zijn vol. Buitelaar: "Veel ouders kennen het ontredder de gevoel er helemaal alleen voor te staan. Zeker als hun kind de leeftijd van 18 jaar nadert en te oud wordt voor behandeling binnen de kinderpsychiatrie. Consulten hij de kinderpsychiater worden dan niet meer door de verzekeringen vergoed. Ouders hebben dan nauwelijks inbreng in de behandeling."

Daphne Goedhart heeft inmiddels hulp gezocht bij het Utrechtse Bureau Jeugdhulp. Voor Jeroen wordt nu plaatsing in een instelling of een training voor kamerbewoning aangevraagd. Voor beide gelden wachttijden van enige maanden tot een jaar. Goedhart is ten einde raad: "Jeroen is mijn zoon. Maar het gaat zo niet langer. We gaan er allemaal aan onder door. Hoe moeten we in Godsnaam dit jaar met Jeroen overleven?"

De namen van Daphne en Jeroen Goedhart zijn om redenen van privacy gefingeerd.



(kader)

Chaos in het hoofd

Alle Dagen Heel Druk, wordt ADHD ook wel ge­noemd. Naar nu blijkt, ten onrechte. De chaos in het hoofd die de psychiatrische stoornis Attention De-ficit/Hyperactivity Disorder veroorzaakt, kan ook lei­den tot hypersloom, terug getrokken gedrag, ADD. Re­cent onderzoek wijst uit dat in Nederland naar schat­ting circa 85.000 kinderen (drie procent van de jeugd tussen de 6 en 18 jaar) aan een vorm van ADHD/ADD lijdt. Onder hen zijn bijna even veel meisjes als jon­gens. Van de volwassen bevolking heeft een procent (80.000 Nederlanders) last van de hinderlijke sympto­men.

ADHD/ADD ontstaat door een gebrekkig functioneren van de voorste delen van de hersenen. Genetische factoren zijn hier vooral de oorzaak van.

Slechts in twee procent van de gevallen was sprake van zuurstofgebrek bij de bevalling. De stoornis wordt behandeld met medicijnen (veelal Ritalin) individuele-en groepstherapie en persoonlijke begeleiding (coa-ching).

Symptomen:

  • Aandachtsproblemen, chaotisch zijn
  • Slecht kunnen organiseren/plannen
  • Gevoel van innerlijke onrust Impulsief zijn
  • Driftbuien
  • Hyperactief of juist sloom en 'lui'
  • Eenzaam, gevoel van 'anders' zijn.

Risico's:

  • Identiteits- en relatieproblemen
  • Angsten en depressies
  • Verslavingsgedrag
  • Seksueel riskant gedrag/misbruik
  • Lager opleidingsniveau.

Bronnen: professor dr. J.K. Buitelaar, jeugdarts G. Hooij-er-Wojciechowska en 'ADHD bij volwassenen, inleiding in diagnostiek en behandeling' van J.J. Sandra Kooij.