adhd-land


ADHD scripties

ADHD: een pleidooi voor een volwassen benadering

Hoofdstuk 1: ADHD, ontdekking, verschijningsvormen en oorzaken

Afstudeerscriptie Ria van Tillo, juni 1999

 


1.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wil ik eerst ingaan op de vraag, wat ADHD is en welke de symptomen en de mogelijke oorzaken zijn. Hoewel ik in dit werkstuk met name zou willen spreken over volwassenen ontkom ik niet aan de historie, welke bijna geheel gevormd wordt door onderzoek aan kinderen gedaan sedert begin 1900.
 

1.2 Begripsbepaling

ADHD staat voor "Attention-Deficit Hyperactivity Disorder". De stoornis wordt ook wel "Aandachttekortstoornis met Hyperactiviteit" genoemd. Nog een andere benaming is ADD: "Attention Deficit Disorder", dan betreft het een aandacht tekortstoornis zonder hyperactiviteit.

Tot voor enkele jaren werd ADHD gezien als een ontwikkelingsstoornis. De stoornis omvat problemen met de concentratie, de impulsbeheersing en de mate van beweeglijkheid. Deze problemen kunnen, zoals uit dit hoofdstuk zal blijken, zo veel omvattend zijn, dat het gezinsverband waarin de cliënt leeft daaronder lijdt.

Toen ADHD in 1902 voor het eerst als fenomeen werd benoemd, beschouwde men ADHD als een stoornis waarbij een kind problemen heeft om weloverwogen zijn gedrag te remmen en zich te houden aan regels van sociaal gedrag.[1] Gezien de grote motorische onrust bij deze kinderen was het "rusteloosheidsyndroom" een van de benamingen. Het erg drukke, soms agressieve gedrag van deze kinderen stond zo op de voorgrond, dat het als een last voor zowel henzelf als hun omgeving werd ervaren.

Hersenletsel ten gevolge van een trauma of een doorgemaakte ziekte werd destijds als één van de mogelijke oorzaken gezien. Als een andere mogelijke oorzaak zag men een hersenbeschadiging als gevolg van een tekort aan zuurstof tijdens de geboorte. ADHD ging vervolgens onder de noemer "hersenletselsyndroom" door het leven. Omdat de symptomen ook gezien werden bij kinderen waarbij van bovengenoemd hersenletsel geen sprake was, zwakte men deze term later af: Het zou kinderen betreffen met een zó kleine hersenbeschadiging, dat deze niet kon worden aangetoond. Zo deed de benaming "Minimal Brain Dysfunction", MBD zijn intrede. Later ging men er toe over het gedrag van deze kinderen concreter te beschrijven, de aandacht ging uit naar de hyperactiviteit. Deze overbeweeglijkheid stond zo op de voorgrond dat in 1963 de benaming "hyperkinetisch syndroom" ingang vond. Toen men in de jaren zeventig inzag dat kinderen zowel problemen hadden met het beheersen van impulsen als met het vasthouden van aandacht werd de stoornis ADD, "attention deficit disorder" genoemd, in het Nederlands: "aandachttekort stoornis met of zonder hyperactiviteit". Aangezien de hyperactiviteit en het gebrek aan impulsbeheersing zeer nauw met elkaar verbonden zijn en beide te maken hebben met een slecht beheersingsvermogen werd de term ADD in 1987 veranderd in ADHD, de huidige naam van de stoornis, met daarbij de aantekening dat er drie vormen worden onderscheiden (zie 1.4.1). Bij volwassenen spreekt men steeds meer over ADHD-A (adult).
 

1.3 Vóórkomen van ADHD

ADHD is volgens Jan Buitelaar, hoogleraar kinderpsychiatrie in het Academisch Ziekenhuis Utrecht, een van de meest voorkomende psychiatrische aandoeningen op de kinderleeftijd. Tevens is het waarschijnlijk een van de meest bestudeerde psychiatrische stoornissen op de kinderleeftijd.

Uit onderzoek blijkt dat 3 tot 5 % van alle kinderen ADHD heeft. Dat betekent dat er in iedere schoolklas 1 à 2 kinderen zitten met ADHD. ADHD wordt 2 tot 4 maal zo vaak gediagnostiseerd bij jongens dan bij meisjes, dit verschil wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat meisjes zich minder agressief uiten, waardoor zij minder gestoord gedrag laten zien en de stoornis bij hen minder opvalt. [2]

Tot voor kort ging men er vanuit dat ADHD een rijpingsstoornis was en kinderen in hun puberteit of adolescentie periode er als het ware overheen zouden groeien. Er zijn echter met name in de afgelopen vijf jaar verschillende studies bij volwassenen gedaan waarin bewezen werd, dat ADHD tot in de volwassenheid kan blijven bestaan. Deze studies laten onder meer zien dat bij 1% van de adolescenten die al vóór hun zevende jaar aan alle criteria van ADHD voldeden de stoornis nog aanwezig is en dat 50 tot 65 % van de kinderen met ADHD ook op volwassen leeftijd nog lijden aan deze stoornis. [3]
 

1.4 Verschijningsvormen bij kinderen

In de voorgaande paragraaf heb ik uiteengezet hoe men komt tot de naamgeving ADHD en wat globaal gezien het probleem is. Wat dit voor het dagelijks leven betekent wordt, wordt hieronder besproken.

Kinderen met ADHD kunnen zich slecht concentreren en hebben moeite de aandacht bij hun taak te houden. Ze zijn snel afgeleid door allerlei geluiden om hen heen en door alles wat er gebeurt. Volgens Barkley kunnen ze de aandacht wel vasthouden maar gaan ze zich sneller vervelen, de taak die ze moeten doen, moet een bepaalde mate van spanning hebben. Vooral afwisseling is voor hen belangrijk. 4

ADHD kinderen hebben ook moeite met de impulsbeheersing: zij gaan uitermate impulsief en onnadenkend te werk, vaak zien ze geen angst. Ze stappen overal op af en zeggen wat hen voor de mond komt. Dat betekent ook dat ze zich gemakkelijk mee laten voeren en beïnvloedbaar zijn. Enerzijds maken ze daardoor gemakkelijk contact anderzijds raken ze door hun emotionele uitvallen van boosheid, vaak schijnbaar zonder enige aanleiding, vrienden kwijt; velen van hen zijn dan ook heel eenzaam.

Op de derde plaats zijn zij hyperactief; ergens las ik "ADHD staat voor ‘alle dagen heel druk’". Dat is niet overdreven. Hun mond staat nooit stil, ze bewegen voortdurend hebben een tomeloze energie. Uit verschillende studies van Barkley uit 1976 en 1978 blijkt dat kinderen met ADHD bijna acht maal zo vaak door de kamer lopen, twee maal zoveel met hun armen bewegen en vier maal zo vaak met hun benen dan de controle kinderen uit dit onderzoek. Al met al een veel grotere beweeglijkheid zeven dagen per week dag én nacht.

Deze kinderen drijven hun ouders soms tot wanhoop: het is niet eenvoudig dagelijks te maken te hebben met een kind dat voortdurend zaken vergeet, afwezig lijkt, niet lijkt te luisteren, niet in staat lijkt taken af te maken en steeds weer ergens anders aan begint.

Gesteld wordt wel dat mensen met ADHD een gemiddelde of grotere intelligentie hebben. Daarom komt het vaak vreemd over dat sommige complexe taken hen geen enkel probleem lijken te kosten, terwijl andere, eigenlijk eenvoudige taken niet tot een eind komen. Door de wisselende prestaties en het ongelijkmatig patroon van werken worden zowel kinderen als volwassenen vaak als lui en ongeïnteresseerd betiteld. De oorzaak van dit patroon is nog onbekend.5

Bij 40 tot 60% van de kinderen waarbij ADHD is geconstateerd ziet men dit samengaan met andere stoornissen, zoals een antisociale gedragsstoornis, depressie, angststoornissen en oppositionele stoornissen. Tevens gaat ADHD bij kinderen vaak gepaard met leerstoornissen.6

Ook wordt ADHD wel in verband gebracht met delinquentie. Volgens Doreleijers is ADHD op zichzelf geen conditie die zondermeer leidt tot een delinquente ontwikkeling. Wel zijn er aanwijzingen voor verhoogde risico’s wanneer al op jonge leeftijd sprake is van ADHD in combinatie met antisociaal gedrag. In een gezin waar sprake is van andere factoren zoals psychiatrische stoornissen bij de ouders en geweld of middelen misbruik zal een ADHDer met vroege gedragsstoornissen grote risico’s lopen te ontsporen. Wanneer er sprake is van delinquent gedrag zien we dit vaak al op jonge leeftijd, 12-14 jaar. Dit betreft vooral jongens die zich om sociale status te verwerven als durfal laten inzetten door oudere jongens bij hun criminele activiteiten. Hun onhandigheid maakt dat hun pakkans groter is wat de cijfers over ADHD en delinquentie vertroebelt. 7
 

1.4.1 Symptomen volgens de DSM IV

Tot 1994 was ADHD in de DSM-IV, de vierde uitgave van de "Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders",8 alleen beschreven voor kinderen; vanaf die tijd zijn de kenmerken zo beschreven dat ze ook op volwassenen van toepassing kunnen zijn.

Volgens de DSM IV zijn er drie vormen van ADHD: mensen met ADHD kunnen uitsluitend concentratieproblemen hebben, ze kunnen een vorm hebben waarbij hyperactiviteit en impulsiviteit het meest kenmerkend zijn of ze kunnen een combinatievorm hebben.
 

Verschillende vormen van ADHD
 

Symptomen van ADD, het type met alleen concentratieproblemen:

  • * snel afgeleid zijn door irrelevante dingen en geluiden;

    * moeite hebben met plannen en organiseren;

    * problemen hebben met taken afmaken en deadlines halen;

    * falen in het concentreren op details en daardoor fouten maken;

    * zelden instructies nauwkeurig en compleet opvolgen;

    * verliezen of vergeten van dingen als sleutels, portemonnee, spullen die nodig zijn om een taak uit te voeren.
     

  • In dit type ontbreekt de H van hyperactiviteit. Deze personen leiden een leven vol frustraties, niet alleen omdat zij lijken te falen in alles wat zij ondernemen, maar ook omdat ze vaak bestempeld worden als lui, ongeïnteresseerd en dom. Feit is dat het deze mensen vaak niet lukt te bepalen wat zij willen, het kost hen erg veel energie om ergens toe te komen.
     

    Symptomen van HD, het type met alleen hyperactiviteit en impulsiviteit:

  • * rusteloosheid, constant bewegen met handen en voeten, steeds verzitten;

    * moeite hebben om te wachten op bevrediging op lange termijn;

    * zaken niet kunnen uitstellen en daardoor van alles tegelijk ondernemen;

    * hard rijden, gehaast zijn, niet kunnen blijven zitten in situaties waarin zitten of rustig gedrag verwacht wordt;

    * oncontroleerbare woede- angst- of huiluitbarstingen.
     

  • ADHD, het gecombineerde type

    Het gecombineerde type kenmerkt zich door zowel concentratieproblemen, hyperactiviteit als impulsiviteit. Alle symptomen van de twee bovengenoemde vormen zijn daarmee ook symptomen van het gecombineerde type.

    De meeste mensen met ADHD behoren tot deze categorie. Het leven van iemand met ADHD wordt vaak gekenmerkt door een aaneenschakeling van teleurstellingen. Dit wordt mede veroorzaakt door de extreme uitbarstingen van emotie waardoor zij vaak de woede van anderen op de hals halen. Als kind worden zij vaak gepest en verguisd. Zij zijn behept met een extreem temperament wat bij volwassenen al helemaal niet meer begrepen wordt. Mensen met ADHD worden vaak buitengesloten van het sociale leven. Toch zijn er ook verhalen van mensen die heel positief met hun handicap omgaan, waarover later meer.
     

    1.5 Oorzaken

    Hoewel over de verschijningsvormen over het algemeen wel eensgezindheid bestaat, zijn er m.b.t. de oorzaken verschillende opvattingen.

    Zeker bestaan er een aantal misvattingen over de oorzaak van ADHD. Zo zijn vooral vanaf begin zeventiger jaren een aantal fysiologische verklaringen geopperd over het ontstaan van ADHD.

    Suiker, kleurstoffen, gist of bepaalde voedselallergieën zouden veroorzakers zijn van ADHD. Hiervoor konden echter geen bewijzen gevonden worden.

    Slecht en chaotisch ouderschap zou van invloed zijn op het ontwikkelen van ADHD als stoornis. Ook deze opvatting wordt niet door bewijs gesteund. Wel is het zo, dat in gezinnen waar een van de kinderen ADHD heeft, het gedrag van het kind vaker leidt tot spanningen tussen de ouders en de overige kinderen. Ook wordt er vaker verhuisd, soms om het kind in een nieuwe buurt op een nieuwe school een nieuwe start te kunnen geven. Hiertegenover kun je stellen, dat ouders die hun kind met ADHD voldoende structuur en duidelijke gedragsregels bieden de stoornis voor het kind en zijn omgeving aanvaardbaar en hanteerbaar kunnen maken.

    Compernolle, een toonaangevend kinderpsychiater op het gebied van ADHD, geeft in 1993 nog aan dat in 60% van de gevallen de stoornis wordt veroorzaakt door externe factoren zoals storende invloeden van buitenaf, hersenbeschadiging en voedselallergie. 9

    De momenteel meest algemene opvatting is volgens Barkley dat de oorzaak gezocht moet worden in de onvoldoende remming van gedrag. Hieruit ontstaat vervolgens de slechte impulsbeheersing, de onvoldoende concentratie en het hyperactief zijn. De oorzaak van die onvoldoende remming is nog voorwerp van onderzoek, onderzoek dat meer en meer wijst in de richting van een neurofysiologisch defect. 10 Doreleijers gaat reeds zover te stellen dat het inmiddels gemeengoed is dat neurotransmitters een belangrijke biologische factor vormen bij het ontstaan van de meest ernstige psychiatrische ziektebeelden, waaronder ADHD. 11

    Recent hersenonderzoek van Castellanos 1994 heeft aangetoond dat er sprake is van een afwijking in de normale asymmetrie van de hersenen en van een kleiner hersenvolume bij kinderen met ADHD. Uit een scheve verdeling van glucoseopname door zenuwweefsel blijkt in onderzoek van Zametkin dat er een verminderde hersenactiviteit bestaat met name in het frontale deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor regulering en beheersing van gedrag en emoties, weerstand bieden tegen afleiding en controle over de mate van beweeglijkheid. 12 Waardoor deze verminderde hersenactiviteit wordt veroorzaakt is nog niet geheel duidelijk. Er is gesuggereerd dat een tekort aan neurotransmitters de oorzaak zou kunnen zijn. 13 Deze bewering wordt gesteund door onderzoek waaruit blijkt dat wanneer mensen met ADHD bepaalde stimulerende geneesmiddelen die de produktie van dopamine en noradrenaline stimuleren gebruiken, een tijdelijke verbetering in gedrag optreedt.

    Er bestaat het vermoeden dat de genoemde neurologische afwijkingen berusten op een erfelijke component. In 30 tot 40 % van de gevallen hebben kinderen een familielid met de symptomen van ADHD. Onderzoek onder tweelingen heeft uitgewezen dat identieke tweelingen de stoornis allebei of geen van beiden hebben.

    Soms zien we een beeld dat erg gelijkt op ADHD maar waarvan niet geheel duidelijk is of het ook ADHD is:

    Het gebruik van sigaretten, alcohol of andere drugs tijdens de zwangerschap kan hersenbeschadiging bij het ongeboren kind veroorzaken. Het gebruik van alcohol door de moeder kan een lager geboortegewicht bij het ongeboren kind, intellectuele onderontwikkeling en een aantal lichamelijke afwijkingen veroorzaken. Veel van deze kinderen vertonen hetzelfde hyperactieve, ongeconcentreerde en impulsieve gedrag als ADHD kinderen.Gezegd moet wel dat ADHD nomaal niet gekoppeld is aan een lager intelligentie niveau.

    Drugs als cocaïne en crack hebben ook invloed op de normale ontwikkeling van informatieverwerking in de hersenen van het ongeboren kind. Recent onderzoek suggereert dat drugsgebruik de neurotransmitters aantast en zodoende kan leiden tot ADHD.

    Gif en zware metalen, zoals lood kunnen de hersenen van een ongeborene of pasgeborene ook aantasten. Een aantal onderzoekers wijst op de relatie tussen loodvergiftiging en ADHD.

    Hoewel de stoornis ADHD zich momenteel mag verheugen in een grote belangstelling moet er nog veel onderzoek worden gedaan om de stoornis te kunnen diagnostiseren en op een adequate manier te kunnen behandelen. Hoewel het niet duidelijk is waarom het ene kind met ADHD op volwassen leeftijd geen problemen ondervindt en het andere wel lijkt veel af te hangen of de stoornis wordt onderkend en op welke manier de omgeving met het kind omgaat.
     

    1.6 Samenvatting

    Uit dit hoofdstuk mag blijken dat ADHD een reeds lang bekende stoornis is. De enorme rusteloosheid waarmee het beeld gepaard gaat staat voorop. Opvallend is dat er reeds lang bij kinderen allerlei onderzoeken gedaan zijn en dat pas in de negentiger jaren meer onderzoek gedaan wordt naar ADHD bij volwassenen. Inmiddels zijn er in de DSM-IV criteria vastgesteld waaraan een ADHD-vermoeden kan worden getoetst. Over de oorzaken is men het nog niet geheel eens maar steeds meer onderzoek lijkt te wijzen in de richting van een neurofysiologische stoornis. Het betreft in ieder geval een stoornis die niet kan worden afgedaan als een rijpingsstoornis, maar zich wel degelijk kan voortzetten in de volwassenheid.

    naar begin hoofdstuk                       naar de inhoudsopgave                  naar hoofdstuk 2


    1. Barkley R.A., Diagnose ADHD, een gids voor ouders en hulpverleners, Lisse 1997, hoofdstuk 1. terug naar de tekst

    2. Kooij J.J.S., Goedkoop J.G. Aandachttekortstoornis met hyperactiviteit op volwassen leeftijd. Implicaties voor diagnostiek en behandeling. Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde 1996;140:1848-51. terug naar de tekst

    3. Barkley R.A., Diagnose ADHD, een gids voor ouders en hulpverleners, Lisse 1997, hoofdstuk 4 blz. 103. terug naar de tekst

    4. Barkley R.A., Diagnose ADHD, een gids voor ouders en hulpverleners, Lisse 1997, hoofdstuk 1 blz. 42. terug naar de tekst

    5. Barkley R.A., Diagnose ADHD, een gids voor ouders en hulpverleners, Lisse 1997, Hoofdstuk 1, blz 42-56. terug naar de tekst

    6. Kooij J.J.S., Goedkoop J.G., Gunnink W.B., Aandachttekortstoornis met hyperactiviteit op volwassen leeftijd. Implicaties voor diagnostiek en behandeling. Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde 1996; 140:1848-51. terug naar de tekst

    7. Doreleijers Th.A.H. ADHD en delinquentie. Proces Maandblad voor berechting en reclassering 75e jaargang nr. 11/12 november/december 1996. terug naar de tekst

    8. Beknopte handleiding bij de, Diagnostische criteria van de DSM-IV, Lisse 1995, blz.94-blz. 98. Dit is een handboek waarin alle mogelijke uitingen van geestelijke stoornissen zijn ingedeeld en geclassificeerd. Het boek wordt uitgegeven door de Amerikaanse Psychiatrie Vereniging en wordt steeds na enkele jaren herzien. terug naar de tekst

    9. Compernolle T. Zit Stil! Handleiding bij het opvoeden van overbeweeglijke kinderen, Lannoo Tielt 1993. Hoofdstuk 1 blz. 31 ev. terug naar  de tekst
     

    10. Herpers. P.C.M. en Buitelaar J.K., De validiteit en de betrouwbaarheid van de diagnose ADHD bij volwassenen, een literatuurstudie. Tijdschrift voor psychiatrie 38 (1996) 11 terug naar  de tekst

    11. Doreleijers Th.A.H. ADHD en delinquentie. Proces Maandblad voor berechting en reclassering 75e jaargang nr. 11/12 november/december 1996. terug naar  de tekst

    12. Herpers. P.C.M. en Buitelaar J.K., De validiteit en de betrouwbaarheid van de diagnose ADHD bij volwassenen, een literatuurstudie. Tijdschrift voor psychiatrie 38 (1996) 11 terug naar  de tekst

    13. Barkley R.A., Diagnose ADHD, een gids voor ouders en hulpverleners, Lisse 1997. Hoofdstuk 3. terug naar  de tekst
     
     

    Alle rechten voorbehouden. Niets van deze webpagina c.q. uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslgen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Ria van Tillo of het bestuur van de ADHD stichting. U kunt naar deze webpagina's verwijzen: http://www.adhd.nl/scripties/tillo

    © Ria van Tillo / ADHD stichting 1999 - 2000


    adhd-land is een initiatief van de ADHD stichting