ADHD
scripties
ADHD: een
pleidooi voor een volwassen benadering
Hoofdstuk
4: Leven met ADHD, de hulpverlening
Afstudeerscriptie
Ria van Tillo, juni 1999
4.1 Inleiding
Het stellen van de diagnose ADHD en het voorschrijven
van medicatie behoort tot de taak van de psychiater.
Daarmee is de behandeling nog slechts begonnen. De
cliënt heeft steun nodig in het opnieuw vorm geven van
zijn leven. Gedragingen die de cliënt al lang van
zichzelf kent worden nu verklaarbaar, maar dat wil nog
niet zeggen dat ze acceptabel zijn. In dit hoofdstuk gaat
het over het leven met ADHD en over de hulp en steun
welke de cliënt daarbij geboden kan worden. Aan de orde
komt vooral de rol van het maatschappelijk werk. Deze rol
wil ik zichtbaar maken aan de hand van de kerntaken van
het maatschappelijk werk.
4.2 Wanneer is leven met ADHD een
probleem en is hulp nodig
Nu de diagnose gesteld is, is de vraag aan de orde, of
het hebben van ADHD altijd moet leiden tot het zoeken en
accepteren van deskundige hulpverlening, medicatie en
behandeling.
Het beeld van de overmatige activiteit en
impulsiviteit en het feit dat deze mensen zich met moeite
en soms maar kort kunnen concentreren heeft nl. ook zijn
positieve kanten. Juist bij deze mensen zien we grote
creativiteit, lef om ergens voor te gaan, grote
produktiviteit en vasthoudendheid en de durf om zonder
schroom naar voren te treden. Vaak hebben deze mensen een
enorm voorstellingsvermogen en een grote intuïtie. Hun
gevoelens zijn intenser, zij voelen zaken beter aan en
maken vaak sneller contact met anderen. De impulsiviteit
maakt dat ze snel reageren op zaken die om hen heen
gebeuren. Zij komen daarbij weliswaar vaker met
opmerkingen die anderen kunnen kwetsen, maar toch ook tot
plotselinge briljante uitspraken en oplossingen van
problemen, zonder overigens direct te kunnen aangeven hoe
zij daarbij gekomen zijn. Er wordt wel gezegd dat mensen
met ADHD kleur geven aan het leven van anderen. Het feit
dat ze tijdens een gesprek zitten te wiebelen en te
tikken wil geenszins zeggen dat ze niet geïnteresseerd
zijn in het verhaal van de ander, het is veeleer hun
manier om energie kwijt te raken, waardoor zij zich
kunnen concentreren op het verhaal dat de ander vertelt.
Pas wanneer alle prikkels die binnenkomen niet meer
kunnen worden verwerkt en het leven een chaos wordt
hebben volwassenen met ADHD hulp nodig. Het is niet
duidelijk over hoeveel mensen het gaat. Ik neem aan dat
een meer definitief beeld pas over een aantal jaren
duidelijk wordt als de ínhaalslag geleverd is en veel
meer mensen als zodanig zijn gediagnostiseerd.
4.3 De hulpverleners
Aan een "psychiatrische afdeling algemeen
ziekenhuis", PAAZ en aan het "regionaal
instituut ambulante geestelijke gezondheidszorg",
het RIAGG zijn naast psychiaters ook psychologen en
gespecialiseerde maatschappelijk werkers verbonden die
therapeutische behandeling en begeleiding op zich kunnen
nemen. In genoemde werkterreinen is een overlapping van
werkzaamheden niet altijd te voorkomen. Een specifieke
taak van de psycholoog is afnemen en interpreteren van
psychologische testen, die de diagnose ADHD nader kunnen
onderbouwen. Tevens is een psycholoog als
gedragswetenschapper meer gericht op het bewerken van de
veranderingen in de persoon, vaak door middel van
psychotherapie. Het maatschappelijk werk in de
geestelijke gezondheidszorg is juist gericht op het
psychosociaal functioneren van de cliënt. Met name de
wisselwerking van de cliënt met familie en/of
leefverband en die maatschappelijke omstandigheden die
zijn psychiatrische klachten (mede) veroorzaken vormen
aanknopingspunten voor hun handelen.
Uiteraard is het ook mogelijk dat ADHDers niet eerder
in aanraking zijn geweest met de psychiatrie en zich met
problemen in de gezinssituatie, schulden of middelen
misbruik aandienen bij het "algemeen maatschappelijk
werk", het AMW. Wanneer de maatschappelijk werker
daar signaleert dat de problemen van de cliënt in de
basis niet liggen in het sociaal functioneren maar
veeleer met persoonlijkheidsproblematiek te maken hebben
is doorverwijzing naar psychiater of psycholoog de
aangewezen stap. Van belang is wel dat gezien de huidige
ontwikkelingen op het gebied van ADHD bij volwassenen,
maatschappelijk werkers werkzaam binnen het AMW voldoende
kennis en inzicht hebben om de symptomen die met deze
stoornis gepaard gaan te onderkennen. Het is goed
mogelijk dat het maatschappelijk werk ook vanuit een AMW
setting een deel van de begeleiding van deze cliënten op
zich kan nemen. Een goede samenwerking tussen het
maatschappelijk werk en de psychiater is dan wel
noodzakelijk.
4.4 Functie van het
maatschappelijk werk
De functie van het maatschappelijk werk is volgens het
beroepsprofiel mensen te ondersteunen bij het oplossen
van en het omgaan met problemen en verstoringen in hun
functioneren binnen hun sociale omgeving.26
Mensen hebben een bepaalde psychische en somatische
constellatie welke aangeeft binnen welke grenzen ze
kunnen functioneren. Mensen kunnen het beste uit zichzelf
halen wanneer ze daarin gesteund worden door hun ouders,
leraren, vrienden of werkkring, maar er zijn altijd
grenzen aan die mogelijkheden, ook al liggen die grenzen
vaak verder weg dan aanvankelijk vermoed. Om te kunnen
functioneren zijn er natuurlijk voorwaarden nodig
waaronder men dat kan doen, zoals contacten met anderen,
maatschappelijke omstandigheden en materiële middelen.
Het leven van mensen vindt plaats in concrete situaties
en door hun zijn maken zij daar onderdeel van
uit. Wanneer mensen de greep op hun leven verliezen, (of
nog nooit gehad hebben): op zichzelf, hun situatie, op
zichzelf in relatie tot bepaalde situaties en personen
daarin dan kunnen zij vastlopen.27
De vraag is nu wat het maatschappelijk werk voor deze
mensen kan betekenen.
In zijn algemeenheid wil het maatschappelijk werk
mensen zo zelfstandig mogelijk laten functioneren, weer
controle/greep laten krijgen op hun situatie, de
belemmeringen in de situatie weer hanteerbaar maken. Het
beroepsprofiel spreekt over ondersteunen bij.
Snellen verstaat hieronder: voorzover de situatie het
toelaat, zo min mogelijk voor de persoon doen en zoveel
mogelijk de persoon zelf laten leren, doen, oplossen,
hanteren. De hulpvrager moet weer baas worden over zijn
eigen situatie.
De hulpvraag van een volwassene met ADHD aan de
maatschappelijk werker vindt zijn grond in het feit dat
deze mensen vaak geen greep op hun leven hebben, niet
omdat ze niet willen, maar omdat ze niet kunnen. Door het
ontwikkelen van ziekte-inzicht, contacten met lotgenoten
en het aanleren van een aantal vaardigheden is het vaak
zeer wel mogelijk weer controle over het leven te
krijgen.
4.5 Een voorstel tot behandeling
en begeleiding van volwassenen met ADHD aan de hand van
de kerntaken.
Tijdens mijn stage op de PAAZ van het Ignatius
Ziekenhuis Breda, kreeg ik te maken met cliënten waarbij
de diagnose ADHD gesteld was. Een van deze cliënten
begeleid ik nu zes maanden. Zoals ik al eerder heb
aangegeven is er nog weinig ontwikkeld met betrekking tot
behandeling, begeleiding en eventueel te gebruiken
methodieken bij deze cliënten. Hetgeen er is, aangevuld
met mijn eigen ervaringen wil ik hieronder weergeven,
geordend aan de hand van de kerntaken.
In het in 1987 verschenen "Beroepsprofiel van
de maatschappelijk werker" worden vier kerntaken
genoemd die allen in wisselende mate in de
beroepsuitoefening aanwezig (moeten) zijn:
* Psychosociale hulpverlening * Concrete en
informatieve hulpverlening
* Onderzoek en rapportage
* Signalering, belangenbehartiging en
preventie
In het dagelijks werk zijn deze kerntaken wel van
elkaar te onderscheiden maar vaak niet anders dan als
aspecten van behandeling. Hieronder zal ik deze kerntaken
nader uitwerken.
4.5.1. Psychosociale
hulpverlening
Onder psychosociale hulpverlening wordt verstaan, hulp
bij problemen van mensen in hun relatie met hun sociale
omgeving. De hulpverlening beoogt deze relatie in stand
te houden, te herstellen en te verbeteren. De uitvoering
van hulp vindt plaats in een proces van samenwerking met
de cliënt en zijn omgeving. De maatschappelijk werker
hanteert een groot scala aan relationele
beïnvloedingsmethoden28 zoals contact leggen,
motiveren, informeren en onderhandelen.
Het afnemen van een uitgebreide sociale anamnese
behoort vormt het begin van de hulpverlening. Dat moet
leiden tot helderheid in de problemen die de cliënt
aangeeft en de hulpvraag welke hij daaraan verbindt. Ook
voor de hulpverlener is het een voorwaarde dat er gewerkt
wordt aan een goede samenwerkingsrelatie tussen cliënt
en hulpverlener. Dit vraagt om begrip van de situatie van
de cliënt maar vooral ook kennis van de stoornis ADHD.
De cliënt heeft in zijn hele leven nog maar weinig
begrip ontmoet voor zijn gedrag het is dan ook heel erg
belangrijk dat hij nu serieus genomen wordt. Tijdens de
intake zul je als maatschappelijk werker ervaren dat de
cliënt met ADHD een scala aan psychosociale problemen
meedraagt.
Hier volgt een opsomming van mogelijke psychosociale
problemen die de cliënt kan aangeven:
* verdriet en boosheid na gestelde diagnose *
gevoel van voortdurende chaos
* negatief zelfbeeld, gebrek aan zelfvertrouwen,
onzekerheid * problemen in de sociale sfeer en
in de werksfeer
* sterk wisselende stemmingen
* rusteloosheid
* faalangstig en perfectionistisch
* middelenmisbruik
* door impulsief gedrag weinig controle over
dagelijkse gebeurtenissen
* relatieproblemen
Om de aanpak van psychosociale problemen te ordenen
wil ik een onderscheid maken tussen begeleiding en
behandeling.
4.5.1.1 Begeleiding
Onder begeleiding wordt verstaan: het geven van
intensieve steun, waardoor de cliënt bij specifieke
problemen probleemoplossend bezig kan zijn ten aanzien
van zichzelf en de omstandigheden waarin hij leeft.
De cliënt met ADHD heeft behoefte aan begeleiding. Na
het stellen van de diagnose komt er veel op de cliënt
af, opluchting, verdriet, boosheid maar ook woede.
Cliënten praten veel en hebben er behoefte aan hun
levensverhaal te vertellen.
Bij de begeleiding moet de maatschappelijk werker
rekening houden met de problemen die de cliënt bij
zichzelf ervaart en de wijze waarop de cliënt zijn
omstandigheden tegemoet treedt.
De problemen kunnen zich afspelen bij de cliënt zelf,
in zijn partnerrelatie of in zijn
sociaal-maatschappelijke leven. De bedoeling van
begeleiding is dat de cliënt zich anders gaat opstellen
ten opzichte van zijn problemen. Door het hanteren van
interactionele vaardigheden, zoals luisteren,
parafraseren, confronteren en samenvatten kan de cliënt
een andere kijk op zichzelf ontwikkelen in relatie tot
zijn problemen. Afhankelijk van de aard van de problemen
die de cliënt aangeeft kan de maatschappelijk werker de
cliënt begeleiden. Het ontbreekt cliënten met ADHD aan
structuur, daarom hebben zij vooral behoefte aan
coaching. Een coach is iemand die de tijd voor hen heeft
en sturing, leiding, bevestiging en aanmoediging kan
geven bij het aanpakken van allerlei praktische zaken. In
principe kunnen mensen met ADHD taken veelal prima
uitvoeren, soms ontbreekt het hen aan vaardigheden: zij
weten niet hoe sommige zaken aan te pakken. Het is niet
noodzakelijk dat een coach een professionele hulpverlener
is, liever niet zelfs, want die is niet altijd
beschikbaar. Een goede vriend of familielid kan deze taak
prima vervullen. De partner is echter niet geschikt als
coach, het risico van een verstoring in het
machtsevenwicht tussen de partners is aanwezig.
4.5.1.2 Behandeling
Behandeling is het procesmatig en doelgericht voeren
van gesprekken met een hoge frequentie en intensiteit met
het doel veranderingen in houding, gedrag, beleving,
cognitie of communicatie te bewerkstellingen.
Hieronder komen de volgende aspecten van de
behandeling aan bod:
* psycho-educatie * behandeling gericht op het
individu
* behandeling gericht op de partnerrelatie of
het systeem
Psycho-educatie
Om de stoornis ADHD te begrijpen is het van belang dat
de cliënt hierover goed geïnformeerd wordt. Er ligt
hier een taak voor de maatschappelijk werker maar ook
voor de cliënt zelf.
Door er veel over te lezen krijgt de cliënt inzicht
in zichzelf en zijn specifieke vorm van ADHD. Daardoor
kan hij zijn problemen beter ordenen en onderkennen als
symptomen van ADHD.
Door inzicht te krijgen in de oorzaak van ADHD kan de
cliënt ook begrijpen dat het gaat om een
neurofysiologische stoornis. Dit betekent voor cliënten
dat er met hun persoonlijkheid niets mis is.
Vanuit zijn inzicht moet de cliënt komen tot
acceptatie van de stoornis. Dat begint vaak met een
proces van rouw, waarin de cliënt de fasen van
ontkenning, woede, depressie en aanvaarding kan
doorlopen. De hulpverlener moet deze fasen herkennen om
de cliënt bij het doorlopen daarvan te kunnen
ondersteunen.
Naast de eigen acceptatie is het voor de cliënt van
belang dat ook zijn familie, collegas en vrienden
de stoornis ADHD leren begrijpen. Uiteraard is de cliënt
zelf verantwoordelijk voor het beheersen van de problemen
voortvloeiend uit zijn stoornis. Familie, vrienden en
collegas kunnen echter met voldoende kennis over
zijn stoornis, niet alleen meer begrip opbrengen maar ook
de cliënt behulpzaam zijn. Wanneer de cliënt
bijvoorbeeld te veel praat of impulsief beslissingen wil
nemen waar hij mogelijk later spijt van krijgt kunnen zij
zijn gedrag afremmen. Bovendien kunnen zij de coachende
rol die in eerste instantie de maatschappelijk werker zal
vervullen op termijn overnemen.
Lotgenotencontact
Lotgenotencontact kan gezien worden als een vorm van
psycho-educatie. Het uitwisselen van ervaringen met
andere volwassenen met ADHD geeft herkenning en
erkenning.
De vereniging "Balans", aanvankelijk een
(ouder)vereniging voor kinderen met gedrags- en
leerproblemen, richt zich in toenemende mate ook op
volwassenen met ADHD. Zij geeft informatiepakketten uit
met informatie over ADHD bij volwassenen. Momenteel
worden in heel Nederland steungroepen voor volwassenen
met ADHD opgezet. In iedere provincie is er een
contactpersoon van de vereniging tot wie volwassenen zich
kunnen wenden voor informatie. Daarnaast is in december
1998 de ADHD stichting opgericht. Deze stichting richt
zich op het verbeteren van o.a. voorlichting,
wetenschappelijk onderzoek en na- en bijscholing met
betrekking to ADHD, zowel bij kinderen als bij
volwassenen. De ADHD stichting is géén
patiëntenorganisatie zoals Balans.
Behandeling gericht op het individu
Hierbij staat het individu en zijn wijze van
functioneren centraal. Hoewel de grenzen misschien niet
precies te trekken zijn, is er verschil met
psychotherapie. De maatschappelijk werker richt zich op
het realiseren van veranderingen bij de cliënt in diens
verhouding tot zijn sociale omgeving. De psychotherapeut
zal over het algemeen veel fundamentelere veranderingen
nastreven.
Inzichtgevende therapieën als vorm van
psychotherapie hebben bij een volwassene met ADHD weinig
zin. De problemen doen zich niet voor in de
persoonlijkheid maar zijn biologisch. Is er naast ADHD
ook nog sprake van een andere stoornis dan is
(inzichtgevende) psychotherapie mogelijk wel
geïndiceerd.
Gedragsregulatie is wel een belangrijke methode
bij het ontwikkelen en toepassen van strategieën om
succesvol om te gaan met ongeconcentreerdheid en
impulsiviteit.
Elke persoon met ADHD moet uitvinden welke
strategieën hem of haar het best helpen. Om de strategie
zo effectief mogelijk te maken is voortdurende oefening
vereist. Door nieuwe vaardigheden te oefenen kan een
aangeleerde strategie uiteindelijk deel gaan uitmaken van
de dagelijkse routine.
Bij de verschillende symptomen van ADHD kunnen
verschillende strategieën worden aangeleerd.
Stoornis in de concentratie
Wanneer cliënten snel afgeleid zijn worden ze
onoplettend, vergeetachtig en lijkt hun gedrag chaotisch
doordat ze steeds ergens anders aan beginnen zonder hun
taak af te maken.
Sommige mensen zijn snel visueel afgeleid. Het kan dan
zinvol zijn veel te werken met checklijsten,
kleurcoderingen, schemas en planningen, welke hen
helpen om steeds weer terug te keren naar hun taak. Het
vraagt de nodige inspanningen van de cliënt om hieraan
te werken maar wanneer de structuur eenmaal is
aangebracht heeft hij hier zeker baat bij.
Daarnaast kan een opgeruimde werkplek of een opgeruimd
huis waar alles zijn vaste plaats heeft minder afleidend
zijn.
Andere mensen zijn auditief snel afgeleid. Om de
overmatige geluiden buiten te sluiten kan de stilte
worden opgezocht of gewerkt worden met een koptelefoon
op. Ook muziek op de achtergrond kan de ruis
onderdrukken.
Het bewust inlassen van korte pauzes vergroot de
mogelijkheden tot het weer opnieuw concentreren.
Impulsiviteit
De impulsiviteit van mensen met ADHD kan leiden tot
vervelende situaties zoals ongewenste aankopen, ongepaste
en kwetsende uitspraken en beloftes die niet na te komen
zijn. Hoewel mensen met ADHD spreken over een
voortdurende stroom van gedachten die door hun hoofd gaan
reageren ze vaak impulsief en gevoelsmatig. Zonder na te
denken doen zij dingen die ze niet altijd willen. Barkley
geeft aan dat de "interne dialoog" vrijwel
afwezig is bij mensen met ADHD.
29 De interne dialoog
dient ervoor om te overleggen met jezelf: is het de
juiste beslissing die ik neem, waar ben ik nu mee bezig,
wat zal ik eerst gaan doen, etc. Het is ook mijn ervaring
dat deze cliënten reageren vanuit een impulsiviteit waar
geen gedachte aan vooraf gaat. Een cliënt verwoordt het
als volgt:"Ik doe gewoon wat ik voel, pas achteraf
denk ik Wat heb ik nu gedaan.
Het ontwikkelen van de interne dialoog is een moeizaam
proces voor iemand die dit niet eerder gehanteerd heeft
en vraagt om nauwkeurige opdrachten van de hulpverlener.
Dat kan b.v in de vorm van een duidelijk geformuleerde
registratieopdracht, enkele malen per dag uit te voeren
op vaste tijdstippen. De cliënt beschrijft dan kort, wat
er gebeurt, wat hij daarbij denkt en wat hij doet. Veel
oefenen en daar tijdens de gesprekken steeds op terug
komen kan zo een aanzet geven om de interne dialoog op
gang te brengen.
Hyperactiviteit
Hyperactiviteit kan zich uiten in overbeweeglijkheid,
maar ook voortdurend praten is een vorm van
hyperactiviteit. Om het gevoel steeds in beweging te
moeten zijn te temperen kan het zinvol zijn om op vaste
tijden te sporten. Ook hieraan moet wel een limiet
gesteld worden, ADHDers kunnen zich volledig verliezen in
een activiteit die zij prettig vinden. Taken afwisselen,
pauzes inlassen om even te lopen of te bewegen zijn
andere manieren om de overbeweeglijkheid in toom te
houden en terug te kunnen keren naar de eigenlijke taak.
Het proces van remmen van impulsief gedrag en het
aanbrengen van structuur in werk en thuissituatie is voor
de cliënt van essentieel belang. Het ontbreekt de
cliënt niet aan motivatie en intenties om anders met
zijn gedragingen om te gaan maar met name aan
vaardigheden.
Vaardigheden die door veel oefening geïnternaliseerd
moeten worden.
In het individuele proces van behandeling is naast
aandacht voor problemen die de uitingen van ADHD met zich
meebrengen ook aandacht nodig voor het vaak negatieve
zelfbeeld dat de cliënt heeft. Mensen met ADHD zijn zich
vaak heel bewust van de zwakke kanten in zichzelf
en hebben vaak jarenlang hun best gedaan zo te worden
als anderen, een voorbeeldige student, een bekwame
werknemer of een keurig nette partner, vader of moeder.
Helaas zijn daardoor juist hun sterke kanten vaak
onderbelicht gebleven. Het behoort tot de taak van de
hulpverlener om deze sterke kanten naar voren te halen,
te bekrachtigen en zichtbaar te maken voor de cliënt.
Veel mensen met ADHD lijken sociaal heel vaardig, ze
praten veel en maken makkelijk contact. Toch zijn ze vaak
niet in staat signalen uit hun sociale omgeving goed op
te pakken.
Ongepaste of kwetsende opmerkingen die zij maken
ervaren ze zelf niet altijd als zodanig. Aandacht voor
hun sociale vaardigheden en eventueel een gerichte
training kan de opmerkzaamheid voor (impliciete) signalen
wellicht verbeteren.
Behandeling gericht op de partnerrelatie of het
systeem
Om de cliënt die steun in het dagelijks leven te
geven die hij nodig heeft, is het goed ook de partner en
eventuele andere gezinsleden te betrekken bij de
behandeling van de cliënt.
Ook de partner moet weten wat de stoornis ADHD
inhoudt. Alleen de cliënt begeleiden en behandelen en de
partner en overige gezinsleden daarbuiten laten is
slechts beperkt zinvol. In een partnerrelatie en binnen
het gezin zijn interactiepatronen ontwikkeld waarvan het
omwille van het beter functioneren van de cliënt en zijn
omgeving goed is dat ze worden herzien.30
De partner kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren.
Communicatie tussen de gezinsleden kan worden verandert
en daardoor mogelijk verbeterd. Taken binnen het
huishouden kunnen worden herverdeeld. De partner kan de
cliënt middels afgesproken signalen laten weten dat
hij/zij te ver doordraaft. De partner kan de cliënt
wijzen op het plannen van activiteiten en de cliënt
stimuleren zich aan de planning en structuur te houden.
ADHD mag geen excuus zijn voor de cliënt, maar goede
steun en begrip van de partner kan de cliënt stimuleren
zijn problemen aan te pakken.
Het is heel goed mogelijk dat een van de kinderen ook
ADHD heeft, dit vraagt om een duidelijke heldere aanpak
in de opvoeding, de partner kan hier een belangrijk
aandeel in hebben.
4.5.2 Concrete en informatieve
hulpverlening
Concrete hulpverlening omvat het verlenen van diverse
hand- en spandiensten en is materiële hulpverlening
gericht op verbetering van de bestaansvoorwaarden.
Informatieve hulpverlening omvat het verzamelen en
verschaffen van informatie in het kader van het
hulpverleningsproces aan of ten behoeve van cliënten.
Niet alle cliënten met ADHD hebben hulp nodig in de
vorm van concrete en informatieve hulpverlening. Deze
hulpverlening wordt geboden aan mensen met ADHD die te
kampen hebben met de volgende problemen:
* schulden, b.v. door impulsieve uitgaven, *
chaos in het huishouden,
* achterstand in betalingen waardoor
huisuitzetting dreigt, afsluiting van GWE
* middelenmisbruik
* problemen op het werk
* werkloosheid of WAO
Genoemde problemen worden vaak veroorzaakt door
impulsieve aankopen, vergeetachtigheid en andere ADHD
gerelateerde faktoren. Dergelijke problemen vragen vaak
om een directe aanpak, kunnen niet wachten op de
behandeling van de cliënt.
Hulp wordt geboden door de gemaakte schulden in kaart
te brengen en de cliënt te ondersteunen in het beheren
van zijn budget. Zijn de schulden van zodanige omvang dat
de cliënt ze niet meer kan overzien en niet binnen
redelijke termijn kan afbetalen dan is mogelijk
schuldhulpsanering nodig.
Soms kan het noodzakelijk zijn de cliënt te helpen
met het structureren van zijn huishouden, praktische hulp
kan geboden worden door het inschakelen van de
gespecialiseerde gezinszorg. In samenspraak met het
maatschappelijk werk kan de gezinszorg de cliënt leren
structuur in het huishouden aan te brengen. Prioriteiten
stellen en grote klussen opdelen in overzichtelijke
acties kunnen uitkomst bieden. Planningen,
kleurcoderingen en checklijsten kunnen hier weer uitkomst
bieden.
Zo kan de cliënt ook geleerd worden dagelijks of
wekelijks tijd te plannen voor het afhandelen van taken
die anders gemakkelijk blijven liggen zoals
het betalen van rekeningen, afspraken maken bij
instanties, de administratie etc.
Wanneer de cliënt alcohol of drugs gebruikt is
verwijzing van de cliënt naar een bureau verslavingszorg
op zijn plaats.
Ook in de werksituatie kan de cliënt de nodige
problemen ervaren en mogelijk niet zo produktief zijn als
hij zou willen. Het kan zijn dat de baan niet bij hem
past en hij beter kan kiezen voor een baan waar zijn
sterke kanten beter worden benut. Ook aanpassingen aan
het werk of de werkplek kunnen een mogelijkheid zijn. De
maatschappelijk werker kan de cliënt adviseren of
eventueel bemiddelen tussen cliënt en werkgever,
bedrijfsarts, bedrijfsmaatschappelijk werk of ARBO
coördinator (de functionaris die zich bezig houdt met
arbeidsomstandigheden binnen het bedrijf).
Het is mogelijk dat veel ADHDers vanwege hun problemen
op het werk en achtergronden in de hulpverlening,
werkloos zijn of mogelijk in de WAO zitten. Via gemeente
en GAK zijn er verschillende mogelijkheden om onder goede
begeleiding te reïntegreren in het arbeidsproces.
Ook hier kan de maatschappelijk werker een
bemiddelende rol spelen.
Naast concrete hulpverlening, beschikt het
maatschappelijk werk over het algemeen over een
uitgebreide sociale kaart waar voor zijn cliënt gerichte
informatie te verkrijgen is passend bij de hulpvragen of
problemen van de cliënt.
4.5.3 Onderzoek en rapportage
Onderzoek en rapportage betreffen activiteiten die
erop gericht zijn samen met de cliënt de sociale
situatie te verkennen. Met de uitkomsten daarvan kan de
maatschappelijk werker voorlichting of advies geven aan
een instantie die een voor betrokkene belangrijke
beslissing moet nemen, voorlichting of advies moet geven.
Onderzoek en rapportage behoren tot de taken van de
maatschappelijk werker, aangezien beslissingen van
instanties van uiteenlopende aard medebepalend zijn voor
het sociaal functioneren van personen.
Onderzoek en rapportage hebben met name betrekking op
de beginselen van rechtvaardigheid en rechtmatigheid.
De cliënt heeft recht op een zo goed mogelijke
hulpverlening. Een uitgebreide intake, verheldering van
de problemen en afstemming van de hulpverlening op de
hulpvraag maken daar deel van uit. In het licht van de
ontwikkelingen rondom ADHD bij volwassenen kun je niet
bepaald zeggen dat iedereen een goede hulpverlening
geboden wordt, zij het dat dit niet zozeer aan onwil
alswel aan onvoldoende kennis bij hulpverleners te wijten
is. Maatschappelijk werkenden zouden zich eindelijk eens
goed op de hoogte moeten stellen van de ontwikkelingen
rondom ADHD om hun cliënten een adequate hulpverlening
te bieden.
Wanneer in het kader van verwijzing, advies of
informatieverstrekking er informatie van de cliënt naar
derden gaat moet de maatschappelijk werker hiervoor
toestemming vragen aan de cliënt en de garantie geven
dat er vertrouwelijk met de informatie wordt omgegaan.
4.5.4 Signalering,
belangenbehartiging en preventie
Deze kerntaak richt zich met name op collectieve
belangenbehartiging en preventief werken.
Het gaat dan om belangenbehartiging van groepen
cliënten. In het kader van volwassenen met ADHD kan ik
me voorstellen dat maatschappelijk werkers een bijdrage
kunnen leveren aan de discussie rondom ADHD. Door middel
van het bijhouden van rapportages, overleg met
collegas en het organiseren van symposia met dit
thema kunnen ze elkaar op de hoogte stellen van de
problematiek waarmee deze cliënten te maken hebben. Het
uitwisselen van informatie kan leiden tot
deskundigheidsbevordering en het maken van een plan van
aanpak voor deze groep cliënten. Velen van hen zijn van
hulpverlener naar hulpverlener gestuurd en daarbij steeds
minder serieus genomen. Mijn inziens is het ook tijd dat
de hulpverlening tot actie overgaat. Jarenlang zijn de
problemen die mensen met ADHD ondervinden door de
hulpverlening gebagatelliseerd of toegeschreven aan
andere stoornissen.
4.6 Samenvatting
Niet iedereen met ADHD heeft hulp nodig; er zijn
talloze mensen die er prima mee kunnen leven, mensen die
misschien niet eens weten dat ze het hebben. Maar wanneer
de last van de uitingen van ADHD zo groot is dat er voor
de cliënt niet meer mee te leven valt is hulp nodig. De
grens tussen het maatschappelijk werk en de psycholoog is
niet altijd zo precies te trekken. Wanneer er sprake is
van meervoudige psychische stoornissen, die vragen om
verandering in de persoonlijkheidsstructuur dan is de
psycholoog als hulpverlener meer aangewezen. Zoals uit
dit hoofdstuk blijkt, ligt er bij cliënten met ADHD een
duidelijke taak voor het maatschappelijk werk. Hierbij
ligt de nadruk vaak op de psycho-sociale hulpverlening,
het aangrijpingspunt ligt in de cliënt en hoe hij zich
verhoudt tot zijn sociale omgeving. Door het beschrijven
van de kerntaken wordt duidelijk op welke vlakken de
cliënt hulp nodig heeft. Wanneer je op deze manier te
werk gaat lijkt de hulpverlening echter gefragmenteerd
plaats te vinden terwijl de problemen van de cliënt in
elkaar overlopen. In het volgende hoofdstuk wil ik aan de
hand van een casus het model van Snellen introduceren.
naar begin hoofdstuk
naar de inhoudsopgave
naar hoofdstuk 5
26. Beroepsprofiel van de
maatschappelijk werker, LVMW, Utrecht 1995. terug naar de tekst
27. Snellen A. Basismodel
voor methodisch hulpverlenen in het maatschappelijk werk.
Coutinho, Bussem/1997 Hoofdstuk 1, blz. 19-20. terug naar de tekst
28. Holstvoogd R. Maatschappelijk
werk in kerntaken, Bohn Stafleu Van Lochum 1995. De
uitwerking van de verschillende kerntaken die hierna
volgen zijn allen ontleend aan Holstvoogd, R. terug naar de tekst
29. Barkley R.A., Diagnose
ADHD, een gids voor ouders en hulpverleners, Lisse
1997. Hoofdstuk 2, blz.63.
terug naar de tekst
30. Lange A. Gedragsveranderingen
in gezinnen, Wolters-Noordhoff Groningen 1994.
Hoofdstuk 1. terug naar de tekst
Alle rechten voorbehouden. Niets
van deze webpagina c.q. uit deze uitgave mag worden
verveelvoudigd, opgeslgen in een geautomatiseerd
gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op
enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door
fotokopieën, opnamen, of op enig andere manier, zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van Ria van Tillo
of het bestuur van de ADHD stichting. U kunt naar deze
webpagina's verwijzen: http://www.adhd.nl/scripties/tillo
© Ria
van Tillo / ADHD stichting
1999 - 2000
adhd-land is een initiatief van de ADHD stichting
|