ADHD
scripties
ADHD: een
pleidooi voor een volwassen benadering
Hoofdstuk 6: Conclusies en
aanbevelingen
Afstudeerscriptie
Ria van Tillo, juni 1999
In dit afsluitende hoofdstuk wil
ik een overzicht geven van mijn belangrijkste conclusies
en aanbevelingen.
Uit dit werkstuk mag duidelijk
zijn geworden dat we over ADHD nog niet uitgesproken
zijn. Onderzoek naar oorzaken, diagnostisering en
behandelingsmethoden is in volle gang. Dit betekent dat
er momenteel met grote regelmaat nieuwe informatie
beschikbaar komt. Door de hedendaagse
communicatiemiddelen kan informatie snel voorhanden zijn
niet alleen voor hulpverleners, maar ook voor het grote
publiek.
Over de oorzaken van ADHD is nog
geen eenduidigheid. De idee dat de oorzaak gezocht moet
worden in de hersenen en met name in een tekort aan
neurotransmitters maakt momenteel het meeste opgang.
Verschillende onderzoeken wijzen in deze richting.
Hoewel de drie voornaamste
symptomen van ADHD steeds terugkeren zijn toch de
gedragsuitingen zeer divers en verschillend in gradatie.
Men is het erover eens dat hier de omgeving waarin een
kind opgroeit van grtote invloed is. Kinderen die
goed worden begeleid en gestuurd hebben
waarschijnlijk als volwassene een beter perspectief.
Nader onderzoek naar oorzaken en
de rol van bijkomende factoren lijkt gewenst en geeft
richting aan diagnostisering en behandeling.
Het stellen van diagnoses is een
professionele taak en voor wat betreft ADHD voorbehouden
aan de psychiater. Mensen met ADHD hebben vaak al
verschillende diagnoses gesteld gezien, die achteraf
bezien onjuist waren. Het zelf diagnostiseren zoals
beschreven in 3.3.3 is niet aan te raden. Nog
gevaarlijker wordt het wanneer men er toe overgaat via
het illegale circuit Ritalin tabletten aan te schaffen.
Er zijn zelfs gevallen bekend waarbij een van de ouders
medegebruiker is van de medicatie die voor hun kind is
voorgeschreven.
Het is op zich niet onlogisch
dat mensen niet een jaar op de wachtlijst willen staan
voor ze eindelijk terecht kunnen bij Sandra Kooij. Bij
Balans worden lijsten bijgehouden van
psychiaters die zich inmiddels ook verdiepen in deze
materie. Cliënten kunnen via deze weg verwezen worden
naar de dichtsbijzijnde psychiater.
Het gebruik van Ritalin vindt in
Europa op minder grote schaal plaats dan in de Verenigde
Staten; het middel wordt hier gereserveerd voor kinderen
en volwassenen met extreem gedrag. Toch is ook in
Nederland al melding gemaakt van een forse stijging,
cijfers zoals in de VS van een toename in productie van
Ritalin tussen 1990-1995 van 500% en van 1,3 naar 2,3
miljoen gebuikers zijn hier nog niet aan de orde. Als
oorzaak hiervan ziet men onder andere de toegenome
sociale acceptatie van het gebruik van psychofarmaca. Als
deze groei zich voortzet lijkt mij het gevaar aanwezig
dat mensen weliswaar minder ernstig gestoord gedrag
vertonen zonder evenwel greep te hebben gekregen op hun
leven.
De begeleiding van volwassenen
moet gericht zijn op de gehele psychosociale context en
niet uitsluitend bestaan uit medische interventies. Een
vroege opsporing van ADHD en een juiste
behandelingsstrategie kan veel problemen voor later
voorkomen. ADHD kent vele gradaties, lang niet altijd is
medicatie noodzakelijk om het leven draaglijk te maken.
Die keuze moet steeds heel bewust gemaakt worden.
ADHD bij volwassenen mag zich
verheugen in een steeds groter wordende belangstelling.
Ook de overheid heeft besloten gelden beschikbaar te
stellen voor wetenschappelijk onderzoek. Dat betekent dat
er steeds meer informatie beschikbaar komt. Zoals al
eerder gesteld, is internet een rijke bron, die voor
iedereen vrij en gemakkelijk toegankelijk is, maar ook
een bron waarvan de kwaliteit niet gewaarborgd is.
Sinds kort is de ADHD stichting
opgericht.
Gezien de aantallen ADHDers die
in dit werkstuk genoemd worden, 3 tot 5% van alle
kinderen en naar schatting 1% van alle volwassenen mag
het ontwikkelen van beleid en behandelingsstrategiën
niet alleen een zorg van ouders van ADHD kinderen,
volwassenen met ADHD en een enkele betrokken hulpverlener
zijn maar wordt het tijd dat de overheid haar
verantwoordelijkheid neemt. Dit klemt temeer als ook de
discussie over de relatie tussen ADHD en delinquentie en
agressief gedrag op waarde wordt geschat.
Over volwassenen met ADHD als
doelgroep van het maatschappelijk werk heb ik in de
literatuur niets kunnen vinden. Het maatschappelijk werk
richt zich op stettings, kerntaken maar ook specifieke
doelgroepen. Volwassenen met ADHD zou zon
specifieke doelgroep moeten zijn. Er is zeker kennis en
kunde nodig van de stoornis ADHD om deze cliënten de
hulpverlening te bieden waar zij recht op hebben.
Daarnaast is multi-disciplinair overleg met psychiater en
eventueel psycholoog noodzakelijk. Maar of dat moet
betekenen dat behandeling en begeleiding door het
maatschappelijk werk alleen binnen een psychiatrische
setting moet gebeuren, betwijfel ik. Daarmee zou mijn
inziens het ziekte-etiket nog meer bevestigd worden.
Daarmee zijn volwassenen met ADHD die daarnaast geen
andere psychiatrische stoornissen hebben niet gebaat.
Jarenlang hebben cliënten
gepoogd hun problematiek op de agenda van de
hulpverlening geplaatst te krijgen. Al te veel werden zij
gezien als mondige cliënten die hun klachten goed kunnen
verwoorden zonder er zélf iets mee te doen. Ook bij de
maatschappelijk werker moeten deze cliënten bekend zijn.
Door meer kennis van de
stoornis, een uitgebreide analyse van de problemen
(Snellen biedt m.i. een goed model) wordt het voor de
maatschappelijk werker ook duidelijk op welke manier hij
de hulpverlening kan inrichten, wat hij van de cliënt
kan verwachten en wat de cliënt van hem verwacht. Kansen
zijn er legio: de ADHD cliënt is enthousiast,
gemotiveerd en vaak zeer creatief. Bedreigingen zijn er
eveneens: de sterk wisselende stemmingen, het niet kunnen
voldoen aan opdrachten, het uitblijven van resultaat en
het ongeduld van de cliënt. Door goed overleg met de
cliënt, het aanbrengen van een duidelijk structuur en de
cliënt laten ervaren welke resultaten wel al geboekt
zijn kun je als maatschappelijk werker uiteindelijk komen
tot een proces waar zowel de cliënt als de hulpverlener
met tevredenheid op kunnen terug kijken.
Maatschappelijk werkers kunnen
een bijdrage leveren aan de discussie rondom ADHD. Door
overleg met collegas en het organiseren van
symposia kunnen ze elkaar op de hoogte stellen van de
problematiek waarmee deze cliënten te maken hebben. Het
uitwisselen van informatie en ervaringen kan leiden tot
deskundigheidsbevordering en het ontwikkelen van een
methodiek voor deze groep cliënten. Velen van hen zijn
van hulpverlener naar hulpverlener gestuurd en daarbij
steeds minder serieus genomen. Mijn inziens is het nu
tijd dat de hulpverlening tot actie overgaat.
naar begin
hoofdstuk
naar de inhoudsopgave
naar het nawoord
Alle rechten voorbehouden.
Niets van deze webpagina c.q. uit deze uitgave mag
worden verveelvoudigd, opgeslgen in een
geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt,
in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch,
mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enig
andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van Ria van Tillo of het bestuur van de
ADHD stichting. U kunt naar deze webpagina's
verwijzen: http://www.adhd.nl/scripties/tillo
© Ria
van Tillo / ADHD stichting
1999 - 2000
adhd-land is een initiatief van de ADHD stichting
|