Toelichting    Docenten    Algemene informatie

ARTSEN-NASCHOLING KINDEREN MET ADHD

17 en 24 september 1999, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam


TOELICHTING

Jeugdartsen en tweede-lijns-instellingen zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met een groeiend aantal kinderen en adolescenten, dat met aandachtsproblemen en hyperactiviteit voor behandeling wordt aangemeld. Het voorhanden zijn van effectieve behandelmethoden heeft het aantrekkelijk gemaakt om voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) hulp te zoeken. Het beschikbaar komen in 1997 van Europese en Amerikaanse richtlijnen voor diagnostiek en behandeling heeft ADHD bovendien beter toegankelijk gemaakt voor artsen, die nog niet zo vertrouwd waren met de stoornis.

Met het groeiende aantal verwijzingen neemt ook het aantal kinderen toe, bij wie de diagnostiek uitwijst dat geen sprake is van ADHD (maar bijv. van een gedragsstoornis). Ook is bij de meeste kinderen met ADHD sprake van comorbiditeit, wat de behandeling lastiger maakt. Voor veel artsen is ook een probleem, dat ze niet goed thuis zijn in de niet-medicamenteuze kant van de behandeling, terwijl die bij de meeste kinderen met ADHD onontbeerlijk is voor een goed behandelresultaat en de arts wel in de positie verkeert dat hij/zij de juiste indicatie moet stelllen.

Tenslotte zetten de wachtlijsten binnen de jeugd geestelijke gezondheidszorg kinder- en jeugdpsychiaters aan tot een grotere efficiency m.b.t. ADHD, terwijl kinderartsen, kinderneurologen en revalidatieartsen van steeds meer betekenis worden in de zorg voor kinderen met ADHD. Met de slecht toegankelijke tweede-lijns-zorg ziet de jeugdarts zich bovendien gedwongen om zelf al zoveel mogelijk diagnostiek te doen om een kind op de juiste plaats het curatieve zorgveld binnen te loodsen.

Omdat kinderartsen tijdens hun specialisatie geen specifieke opleiding in ADHD hebben gehad voelen veel van hen zich minder zeker met deze patiëntjes dan met kinderen, die CARA hebben of diabetes. Voor kinderpsychiaters geldt dat ze opleiding tekort komen op somatisch vlak, terwijl dit met name in de medicamenteuze behandeling van ADHD steeds belangrijker is geworden.

Doel van de cursus is om de multidisciplinaire diagnostiek van ADHD zodanig in de vingers te krijgen, dat goed onderscheid kan worden gemaakt tussen patiënten die zonder risico door de eigen discipline behandeld kunnen worden en kinderen, die beter naar een andere discipline kunnen worden verwezen.

Voor de groep die zelf behandeld kan worden (binnen een lokaal te realiseren multidisciplinair netwerk) is het doel van de cursus goed zicht te krijgen op de evidence-based en consensus-based behandelmethoden, die momenteel voorhanden zijn. Omdat het opbouwen van een multidisciplinair netwerk per regio heel verschillend verloopt, wordt op de eerste cursusochtend aandacht besteed aan de elementen in een ADHD-netwerk en wordt van de cursisten verwacht dat zij hun eigen situatie presenteren.

Om voldoende in te kunnen spelen op individuele behoeftes en omdat geoefend wordt met ouders en patiëntjes is het aantal deelnemers beperkt tot 16.



DOELGROEP

Kinderartsen, kinder- en jeugdpsychiaters, jeugdartsen werkzaam in het speciaal onderwijs, kinderneurologen en revalidatieartsen.



Terug naar boven        Meer...

Informatie afkomstig van het Nicolaes Tulp Instituut, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam