'Ik
wil altijd voorkomen dat hij gaat huilen'
Damian
Hall (10) over zijn broertje Arsenio (7)
Sasja
Jansen
‘Mijn
broertje kan heel wild zijn. Als er iets gebeurt dat hij
niet wil, gaat hij schreeuwen en stampen. Ik kan ook
boos zijn, maar bij mijn broertje is het anders. Als hij
boos is, is hij veel bozer. Het is allemaal erger bij
hem. Als mijn moeder kwaad is op hem en hij naar zijn
kamer moet, gaat hij met deuren smijten, maar als ik
naar mijn kamer moet, doe ik de deur gewoon dicht.
Vanaf
zijn vijfde werd hij heel druk. Op school ging hij ook
vervelend doen. Hij luisterde echt niet. Toen is hij
naar een dokter gegaan en bleek dat hij ADHD had. Mijn
moeder heeft mij uitgelegd wat dat is en gezegd dat we
gewoon rustig met hem moeten praten en dat we moeten
proberen niet te gaan schreeuwen tegen hem. Als je dat
wel doet, wordt hij helemaal kierewiet.
Laatst
sprong hij onverwachts op mijn rug, omdat hij blij was
mij te zien. Ik schrok en werd boos. Toen ging hij
huilen. Mijn moeder en ik hebben hem toen uitgelegd dat
hij het beter eerst kan zeggen als hij op mijn rug wil
springen. Hij snapt dat wel, maar doet alsof hij het
niet begrijpt. Ik weet ook niet of het echt helpt. Maar
je moet het gewoon blijven zeggen. Op een rustige
manier.
Ik wil
altijd voorkomen dat hij gaat huilen. Ik wil niet dat
mijn vader of moeder boos op hem worden. Dat vind ik zo
zielig, want hij kan er zelf ook niets aan doen. Ik
probeer dan ook om geen ruzie te krijgen met hem. Als
dat er toch aan zit te komen, ga ik naar mijn kamer.
Soms is
het lastig. Dan wil ik op de computer en hij ook. Dan
laat ik het maar omdat hij anders weer gaat huilen en
schreeuwen. Of als ik samen met een vriendje op mijn
kamer wil spelen, zonder mijn broertje. Dan stuur ik hem
weg, maar dan gaat hij bijna huilen en laat ik hem toch
maar mee spelen. Maar ik ben niet altijd aardig tegen
hem. Heel soms denk ik ‘bekijk het maar’.
Wat ik
heel vervelend vind, is dat als mijn zusje (5) of ik
jarig zijn, er veel mensen met cadeautjes op bezoek
komen. Maar als hij jarig is, komt de helft gewoon niet.
Omdat hij druk is. De laatste keer zat hij alleen in een
hoekje. Heel zielig. Toen ben ik maar met hem gaan
spelen.
Hij
heeft ook niet echt veel vriendjes en speelt haast nooit
bij iemand anders. Allemaal omdat hij druk is. Hij wordt
buitengesloten. Op school, op straat, bijna overal. Zo
zielig. Dan ga ik kinderen zoeken om verstoppertje of
blikkie-trappen te gaan spelen, want dan kan hij mee
doen en ook een keer lachen. Ja, ik denk dat hij
verdrietig is, hij lacht niet echt vaak.
Hij
vraagt veel aandacht en je moet altijd veel rekening met
hem houden. Soms zou ik ook wel eens zoveel aandacht
willen, maar ook weer niet. Het gaat best. Je raakt
eraan gewend. Het is en blijft toch je broertje. Soms
zou ik willen dat hij gewoon was. Dan zou ik niet zo op
hem hoeven letten. Het zou voor hem ook makkelijker
zijn, want de hele tijd schreeuwen lijkt mij voor
hemzelf ook niet leuk.
Maar
mijn zusje en ik zijn ook niet de liefste. Het is niet
alleen mijn broertje. Iedereen klaagt altijd over hem,
maar wij kunnen ook vervelend zijn.’
Sasja
Jansen
© J/M / Weekbladpers
Tijdschriften 2000
Nabestelling
ADHD-themanummer J/M:
U kunt, zolang
de voorraad strekt, het
oktobernummer van J/M
nabestellen voor f 7,95 plus f
1,50 portokosten ( is f 9, 45
totaal).
U kunt hiervoor bellen naar de
redactie van J/M:
020 - 55 18 406
en vragen naar Hannelore Peeters
of Suzanne Beynon.