Een gulzig levend kind
Een moeder
Of mijn zoon ADHD heeft, weet
ik niet. Ik wil hem niet laten testen, zo heb ik
besloten. Trekjes ervan heeft hij wel, vaak meer dan me
lief is. Maar stel, hij heeft het, wat dan? Medicijnen?
Opvoeden volgens door anderen gestelde regels? Ik wil er
niet aan.
Vanaf het moment dat hij ter
wereld kwam, was hij anders. Anders dan zijn drie jaar
oudere broer. Hij sliep bijvoorbeeld zelden. Al de
tweede dag na zijn geboorte lag hij zo te schreeuwen dat
ik wel moest gaan kijken. Tot mijn stomme verbazing en
onmiddellijke zorg lag hij overdwars en paars aangelopen
in zijn wieg.
Hij huilde, sliep niet en
huilde. Hij kroop met zes maanden, liep met acht
maanden, wilde niet aangeraakt worden, niet in bad, niet
in de box, niet in de wandelwagen of buggy. Met negen
maanden klom hij ’s avonds zijn bed uit. Hij stond te
schreeuwen aan de ene kant van de deur, ik stond aan de
andere kant met de klink in mijn hand en het zweet
gutste van mijn lichaam.
‘Een gulzig levend kind’
noemde de Riagg-arts hem toen hij veertien maanden was.
Tegen die tijd had ik wel hulp gevraagd. Die opmerking
deed me goed. Ik kon hem weer ‘leuk’ vinden, maar
slapen deed hij nog steeds niet en driftbuien kreeg hij
overal. Ook in de supermarkt.
Speelgoed was voor mijn zoon
geen optie. Hij wilde ‘werken’. Eerst met water, sop
en dweil. Later moest hij timmeren. Niet leuk met
plastic gereedschap. Nee, het moest echt zijn. En hij
wilde de straat op. Hij was niet tegen te houden en hij
was twee.
We kregen een abonnement bij de
Eerste Hulp, want mijn zoon is snel, maar wil altijd
meer dan hij kan met alle gevolgen van dien.
Inmiddels zijn we zes jaar
verder. Hij is nog steeds heel driftig, vooral tegen
mij, zijn moeder, maar hij slaapt nu wel ondanks
minimaal één nachtmerrie per nacht. Hij vraagt nog
steeds veel aandacht en zekerheid, want in zijn hoofd
werkt het toch niet allemaal vanzelfsprekend. Woorden
neemt hij bijvoorbeeld heel letterlijk. Hij kan niet
blijven zitten tijdens het eten en brengt het voedsel
nog steeds het liefst met z’n handen naar zijn mond.
Hij wil nog steeds niet ‘positief gestimuleerd’
worden. Voorlezen is sinds kort oké, maar verantwoorde
kinderboeken vindt hij helemaal niks.
En ik ben sinds een aantal
maanden gestopt met hem ‘te veranderen’. Ik ben over
mezelf gaan nadenken en tot de conclusie gekomen dat ik
ook altijd morste, veel liet omvallen, helemaal geen
geduld had met pietepeuterig werk en dat ik al veertig
jaar af en toe droom dat ik de trap afvlieg. Een
heerlijke droom. Maar daar blijft het bij, want ik ben
altijd bang dat ik val. Mijn zoon durft gelukkig wel de
trap af te vliegen. Tegenwoordig zonder te vallen.
Ik was vroeger elke avond bang.
Voor de wolf, de krokodil, de enge man. En ik vertel het
hem nu ook. We zijn op bepaalde gebieden gaan
samenzweren. En over een aantal zaken maak ik me niet
meer zo druk. Dan eet hij maar met z’n handen. Hij
heeft ook nog steeds een speen. Zo af en toe geeft hij
me ontbijt op bed. Een goed ontbijt, met gebakken eieren,
brood, koffie en fruit. Tsja, het is een ander kind, en
dat is-ie.
Een
moeder
© J/M / Weekbladpers
Tijdschriften 2000
Nabestelling
ADHD-themanummer J/M:
U kunt, zolang
de voorraad strekt, het
oktobernummer van J/M
nabestellen voor f 7,95 plus f
1,50 portokosten ( is f 9, 45
totaal).
U kunt hiervoor bellen naar de
redactie van J/M:
020 - 55 18 406
en vragen naar Hannelore Peeters
of Suzanne Beynon.