Op zoek naar
het ABC van ADHD
Anne Duim
Juist
omdat ADHD in veel gradaties en variaties voorkomt, is
de diagnose vaak zo moeilijk te stellen. Anne Duim,
moeder van Tim (6), beschrijft hoe ingewikkeld het
zoeken naar duidelijkheid en vervolgens hulp kan zijn in
het doolhof van mogelijkheden.
De
problemen begonnen eigenlijk pas echt in groep 1. Voor
die tijd was Tim een drukke, gezellige en vrolijke
peuter die hooguit opviel doordat hij zo onhandig was:
menige beker chocolademelk moest het ontgelden. Maar
eenmaal op school bereikte ons het ene onheilsbericht na
het andere. Tim was ongeconcentreerd, maakte nooit zijn
werkjes af, hing de clown uit en was al met al een
behoorlijke stoorzender in de klas.
Tim’s
juffen wisten niet precies wat er met hem aan de hand
was. Juf Tina: ‘Tim heeft zo’n fantasie dat hij
daardoor gehinderd wordt in zijn werk en in zijn
contacten met andere kinderen.’ Die fantasie leidde er
onder andere toe dat Tim – na een bezoek aan een
circus – op school ‘messenwerpertje’ ging spelen,
waarbij de scheppen uit de zandbak als messen
fungeerden. ‘Tim weet wat je van hem vraagt, maar kan
daar uit zichzelf niet naar handelen. Als ik niet zou
weten dat hij slim is, zou ik denken dat-ie superdom
is,’ aldus Tim’s andere juf.
Op
zoek naar de diagnose
We
konden er niet meer onderuit: er was echt wel iets aan
de hand met onze oogappel. Dat erkennen ging overigens
niet zonder slag of stoot: je wilt toch dat je kind het
stralende middelpunt van de wereld is! Zelf een diagnose
stellen bleek een bijna onmogelijke taak. Het is
onvoorstelbaar hoeveel boeken, fundamenteel en
populair-wetenschappelijke artikelen, internetsites,
folders, verenigingen en verhalen van
ervaringsdeskundigen er de laatste jaren verschenen zijn
die allemaal ‘het andere kind’ als thema
hebben.
In
onze zoektocht naar een diagnose voor Tim lazen we over ADHD’ers, beelddenkers, nieuwetijdskinderen, kinderen
met een voedselallergie of voedselintolerantie, kinderen
met dyslexie of dyscalculie en hoogbegaafde kinderen.
Het bracht ons alleen maar meer in verwarring: van alle
ziektebeelden had Tim wel een of meer symptomen. Hij was
zeer actief en ongeconcentreerd (ADHD?), had in de
kleuterklas moeite met werkjes waarvoor ruimtelijk
inzicht was vereist (dyscalculie?), was gevoelig, intuïtief
en ‘levenswijs’ (nieuwetijdskind?), had moeite met
het onthouden van willekeurige reeksen als namen van
kinderen en dagen van de week (dyslexie?), leek sterk te
reageren op chocola en ander snoep (voedselallergie?) en
gaf zelf aan vaak in ‘plaatjes’ te denken
(beelddenker?). Of was hij misschien hoogbegaafd en was
hij zo aan het klieren in de klas omdat hij zich gewoon
verveelde?
Inmiddels
zijn we bijna twee jaar verder en nog steeds niet zeker
van de diagnose. In die twee jaar hebben we wel ons
vertrouwen in de professionele diagnostici enigszins
verloren. Hoewel wij weten dat de ADHD-diagnose in veel
gevallen zorgvuldig wordt gesteld en goed wordt
gefundeerd (bijvoorbeeld na diverse tests door een
multi-disciplinair team), had de diagnose in Tim’s
geval een hoog natte-vinger-gehalte. Kwam het doordat
Tim een te licht geval was, waardoor hij niet in
aanmerking kwam voor behandeling in het AMC? Kwam het
doordat wij aangewezen waren op het particuliere
hulpverleningscircuit, omdat wij graag snel
duidelijkheid wilden in verband met Tim’s overgang
naar groep 3 en de geëigende kanalen(via school) hele
lange wachtlijsten kenden?
In
ieder geval werd de diagnose bij Tim grotendeels
gebaseerd op de zogenaamde verkorte Conners rating
scale.
Dit is een lijst met tien gedragskenmerken waarop
gescoord kan worden hoe vaak dit gedrag voorkomt, van
helemaal niet (0 punten) tot erg vaak (3 punten).
Volgens de kinderpsychologe wil een totaalscore van 25
punten of meer zeggen dat ‘een ADHD-factor aanwezig
is.’
Omdat
wij behoefte hadden aan een wat meer onderbouwde
diagnose adviseerde de kinderpsychologe ons haar
conclusies voor een second opinion voor te leggen aan
een kinderpsychiater. Inderdaad gebruikte hij meerdere
instrumenten om de diagnose te stellen.
Zo
werd tijdens een sessie in een sneltreinvaart een lijst
met verschillende kenmerken van aandachtstekort,
hyperactiviteit en impulsiviteit doorgenomen (volgens de
richtlijnen van het Diagnostic and Statistical Manual of
Mental Disorders van de American Psychiatric Association
- DSM-IV).
Snel stelde de psychiater zijn voorlopige diagnose: Tim
had vermoedelijk een ‘overwegend hyperactief-impulsief
type ADHD’ (type 314.01, F90.0). De psychiater had
immers zo in de gauwigheid meer dan zes symptomen van
hyperactiviteit en enkele van aandachtstekort geteld.
Verder had hij Tim twee keer gezien en vond hij hem wel
‘een tamelijk druk jongetje’. En tot onze stomme
verbazing, bleek ook hier weer dezelfde verkorte
Conners-lijst de basis te zijn voor de uiteindelijke
diagnose. De uitgebreide Conners-lijst, die er toch zou
moeten zijn, hebben wij nooit gezien.
'Als een kind een
tijdje erg rusteloos is of net een flinke vechtpartij
met een klasgenootje achter de rug heeft, dan zal een
ouder of leerkracht al snel aangeven dat dit gedrag
‘erg vaak’ voorkomt'
Deze
vorm van diagnostiek leunt wel heel erg op de
subjectieve meningen van de scorenden. Als een kind een
tijdje erg rusteloos is of net een flinke vechtpartij
met een klasgenootje achter de rug heeft, dan zal een
ouder of leerkracht al snel aangeven dat dit gedrag
‘erg vaak’ voorkomt. Is hij daarentegen de laatste
tijd juist wat rustiger, dan zal dit gedrag eerder een 1
scoren (komt een beetje voor). In het eerste geval
scoort een kind op ADHD, in het tweede geval niet. Het
is maar wat je ervan maakt!
Op
zoek naar hulp
Met
deze diagnose op zak, kon de zoektocht naar geschikte
hulp voor Tim beginnen. Ook hier weer werden wij
geconfronteerd met een doolhof aan mogelijkheden.
Grofweg is er een keuze tussen vier soorten therapieën:
medisch-biologische, para-medische, psychologische en
alternatieve therapieën.
De
medicatieve weg – en dan vooral het ADHD-medicijn
Ritalin - is het meest bekend en het meest besproken.
Ritalin is een stimulerend geneesmiddel dat hyperactieve
kinderen helpt prikkels van buitenaf beter te selecteren
en de aandacht langer en geconcentreerder op één ding
te richten. Bekend met de vele (voor)oordelen leek
Ritalin ons echter een allerlaatste redmiddel. Ritalin
zou verslavend zijn, ‘maakt kinderen tot zombies’,
‘wordt gegeven om het ouders of docenten makkelijker
te maken.’ Geen Ritalin dus, maar wat dan? Onze
hulpverleners zochten het in de psychologische hoek. Zij
suggereerden een vorm van ouderbegeleiding, gecombineerd
met therapeutische begeleiding van Tim (sociale
vaardigheidstraining of een training gericht op het
matigen en beter selecteren van prikkels).
Wijzelf
zagen wel wat in de paramedische mogelijkheden Bij
navraag bleek het hier niet te gaan om ‘een soort therapie’ maar om een heel scala aan verschillende therapieën,
van fysiotherapie en ergotherapie tot diverse varianten
van senso- en psychomotorische therapieën. Deze zijn
weliswaar allemaal op enige wijze gericht op verbetering
van de informatieverwerking (op motorisch, sensorisch
en/of cognitief niveau), maar verschillen in
uitgangspunten, behandelingsmethodieken en
doelstellingen. En alweer moest een keuze worden
gemaakt.
Tenslotte
was daar dan ook de nog de alternatieve route. Wij
hoorden positieve verhalen over de homeopathische
behandeling van ADHD. Ook schenen veel ADHD-kinderen
baat te hebben bij de zogenaamde Brain Stimulating
Method: een in de praktijk ontwikkelde ‘volkomen
nieuwe aanpak’ om kinderen met behulp van een
bewegingsoefenprogramma te helpen prikkels beter te
verwerken. En wat te denken van een glutenvrij,
koemelkvrij of wat voor dieet dan ook?
Verder
op zoek
Het
eind van de zoektocht is nog niet in zicht. Ondanks onze
bedenkingen is Tim sinds een paar maanden toch aan de
Ritalin: hij was thuis en op school niet meer te houden.
Hoewel de diagnose ADHD niet heel overtuigend was en Tim
niet gereageerd had op een proef met Ritalin, stelde de
kinderpsychiater voor toch maar met Ritalin te beginnen.
Zou hij alsnog reageren, dan had Tim volgens de
psychiater toch echt ADHD. En
wat bleek: vanaf de allereerste (halve) pil werd Tim een
ander kind. Veel rustiger, minder explosief.
Ook op
school was de verandering zichtbaar. Tim’s juf:
‘Tim’s leerprestaties gaan echt met sprongen
vooruit. Zijn werkhouding is veel beter. Hij kan nu
eindelijk zelfstandig werken zonder mij steeds te vragen
wat-ie moet doen.’ En wat zij – net als wij -
eigenlijk nog belangrijker vindt: ‘Hij is duidelijk
tevredener over zichzelf en over zijn werk.’
En
wij? Wij zullen nog tevredener zijn als Tim uiteindelijk
zonder Ritalin kan omdat wij een goede combinatie hebben
gevonden van gedragstherapie, mediatietherapie,
speltherapie, oudertrainingsprogramma’s,
denk-hardop-programma’s, borsteltherapie, ‘hoe werkt
jouw-motor?’-therapie, de Ruyter-methode, de
BRINTA-methode, cognitieve therapie, Transcutane
Elektrische Neuro Stimulatie, de Stop-Doe-Denk-methode
en alle methoden en technieken die nog worden
uitgevonden.
© J/M / Weekbladpers
Tijdschriften 2000
Nabestelling
ADHD-themanummer J/M:
U kunt, zolang
de voorraad strekt, het
oktobernummer van J/M
nabestellen voor f 7,95 plus f
1,50 portokosten ( is f 9, 45
totaal).
U kunt hiervoor bellen naar de
redactie van J/M:
020 - 55 18 406
en vragen naar Hannelore Peeters
of Suzanne Beynon.