adhd-land

proefabonnement J/M - 3 nummers voor f 15,-

De 20 meest gestelde vragen over ADHD

themanummer J/M - vakblad voor ouders, oktober 2000


In oktober 2000 is een themanummer verschenen over ADHD van het tijdschrift J/M - vakblad voor ouders. In dit themanummer stond ook onderstaand artikel.

Zie ook: indexpagina ADHD-themanummer J/M  voor de overige artikelen.


De 20 meest gestelde vragen over ADHD

Monique Montanus, redactrice J/M

ADHD: wat zijn de nieuwste ontwikkelingen en standpunten? Heeft voeding toch een grote invloed? Is nicotine een oplossing? En hoe zit het met Ritalin®: is dat echt veilig? De Gezondheidsraad presenteert medio oktober 2000 een rapport naar aanleiding van de ontstane onrust: wat is hun conclusie? Verder uitgebreid aandacht voor de vraag: wat betekent het leven met een ADHD-kind in de praktijk?

1. Wat is ADHD?

2. Wat zijn de symptomen?

3. Wie stelt de diagnose?

4. Met welke andere leer- of gedragsstoornissen kan ADHD samengaan of overlappende kenmerken vertonen?

5. Is ADHD aangeboren?

6. Is ADHD erfelijk?

7. Hoeveel kinderen hebben ADHD?

8. Het lijkt wel of ADHD steeds meer voorkomt. Kan dit veroorzaakt worden door de drukke samenleving waarin kinderen opgroeien?

9. Kun je er overheen groeien?

10. Hoe groot is de invloed van voedingsmiddelen op ADHD?

11. Hoe kun je een ADHD-kind het beste helpen?

12. Wanneer is medicatie noodzakelijk?

13. Welke medicatie wordt het meest voorgeschreven?

14. Wat zijn de nadelen van Ritalin®?

15. Is het waar dat bijna elke ADHD’er Ritalin gebruikt?  

16. Zijn er ook homeopatische of ander oplossingen?

17. Welk type onderwijs is het meest geschikt voor een ADHD-kind?

18. Wat zijn de sterke kanten van een ADHD’er ?

19. Wat is de link tussen ADHD en nieuwetijdskinderen?

20. Waar kun je hulp vinden?  


1. Wat is ADHD?

ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) is een aandachtstekortstoornis met of zonder hyperactiviteit. In principe zijn er drie types ADHD te onderscheiden: een met alleen aandachtsproblemen (ADD) een met alleen hyperactiviteit (overbeweeglijkheid)/impulsiviteit (HDD) en als derde een combinatie hiervan (ADHD). Er zijn echter vele variaties en gradaties mogelijk. Bovendien wordt doorgaans elk type onder dezelfde noemer geschaard: ADHD. Maar een ADHD-patiënt hoeft dus niet per definitie overbeweeglijk te zijn; opvallend rustig is ook mogelijk.

Anderen kunnen zich zozeer op een bepaald onderwerp concentreren (hyperfocussen), dat ze daarin nauwelijks door iets of iemand af te leiden zijn. Hierbij gaat het dus niet om een aandachtstekort, maar om een inconsequent richten van de aandacht. ADD-patiënten functioneren daardoor vaak beneden hun niveau. In 60% van de gevallen hebben zij een specifiek leerprobleem, zoals lees- of rekenstoornissen.

ADHD-symptomen manifesteren zich altijd voor het zevende jaar - vaak al vóór het tweede levensjaar-, duren langer dan zes maanden en treden op in minimaal twee of meer situaties (bijvoorbeeld thuis en op school).

naar boven ...

2. Wat zijn de symptomen?

Als zes of meer van de volgende symptomen langer dan zes maanden aanwezig zijn - in een mate die niet past bij het ontwikkelingsniveau - is ADHD een mogelijkheid:

  •  achteloos fouten maken in bijvoorbeeld schoolwerk,
  •  heeft moeite de aandacht bij de taak te houden,
  •  lijkt vaak niet te luisteren als het wordt aangesproken,
  • volgt aanwijzingen niet op, maakt taken niet af,
  • heeft moeite met het organiseren van taken,
  • vermijdt taken die langdurige geestelijke inspanning vereisen,
  • raakt vaak dingen kwijt,
  • wordt gemakkelijk afgeleid,
  • is vergeetachtig.

Daarnaast zijn in dezelfde periode zes of meer van de volgende symptomen vereist :

  • is onrustig en gespannen, friemelt voortdurend, kan moeilijk stil blijven zitten, slaapt vaak onrustig,
  • staat vaak waar zitten wordt verwacht,
  •  kan moeilijk rustig spelen,
  • draaft maar door,
  •  praat aan een stuk door,
  •  gooit antwoorden eruit voordat de vraag is afgerond,
  •  heeft moeite met op zijn beurt te wachten,
  • onderbreekt of verstoort bezigheden of gesprekken van anderen.

naar boven ...

3. Wie stelt de diagnose?

De diagnose kan niet zelf gesteld worden. Dit moet altijd via een nauwkeurig onderzoek door deskundigen, de kinderpsychiater en/of - neuroloog, gebeuren.

Vaststellen of er sprake is van ADHD is geen eenvoudige zaak.

  1. Ten eerste kunnen de huidige testen geen honderd procent zekerheid geven.
  2. Ten tweede zijn de symptomen zo algemeen, dat elk kind die wel eens vertoont.
  3. Ten derde zijn er nogal wat ziektes en stoornissen die soortgelijke verschijnselen vertonen.
  4. Ten vierde kunnen bij een kind ook andere stoornissen en problemen voorkomen, naast ADHD. Soms zijn die het gevolg ervan, soms staan ze op zichzelf. Zo komen bijvoorbeeld dyslexie, dyscalculie, hoogbegaafdheid, motorische of angststoornissen en ADHD samen voor.
  5. Ten vijfde en tot slot treedt ADHD in veel gradaties op. Het ene kind heeft er zoveel last van dat er behoefte is aan een duidelijke diagnose en een behandeling, terwijl bij een ander weliswaar het vermoeden bestaat dat er ‘iets’ is behandeling, maar zowel kind als ouders kunnen daarmee best leven.

naar boven ...

 4. Met welke andere leer- of gedragsstoornissen kan ADHD samengaan of overlappende kenmerken vertonen?

De meest bekende zijn PDD-NOS, ODD, CD, NLD en het Syndrooom van Gilles de la Tourette. 

Kort samengevat is PDD-NOS een aan autisme verwante contactstoornis. Er zijn onder meer ernstige problemen op het gebied van communicatie, contact, spraak en taal en de sociale intelligentie. Opvallend genoeg worden in Amerika kinderen vaker als PDD-NOS gediagnostiseerd, omdat daar meer nadruk wordt gelegd op de contactstoornis, terwijl dezelfde kinderen hier onder de noemer ADHD zouden vallen.

ODD staat voor een oppositioneel opstandige gedragsstoornis, waarbij zich gedurende langere tijd (minimaal een half jaar) een patroon voordoet van negatief, vijandig en openlijk ongehoorzaam gedrag. Een puber dus, zal menig ouder denken, maar deze stoornis behelst wel wat meer dan een langdurige humeurigheid.

CD(conduct disorder) is een agressieve gedragsstoornis. De patiëent vertoont een aanhoudend patroon van bijzonder agressief gedrag, wat zich onder andere kan uiten in liegen, stelen, mishandelen, brandstichting, vernieling, veelvuldig spijbelen en weglopen.

Bij NLD gaan leer- en gedragsprobleemen samen met motorische stoornissen. Deze kinderen hebben vaak vooral problemen op sociaal-emotioneel gebied; informatie (zoals een schouderklopje) wordt niet begrepen of verkeerd uitgelegd.

Kinderen met het Syndroom van Gilles de la Tourette hebben last van onbedwingbare tics en eeen onbeheersbare, aanhoudende dwang tot het uiten van schuttingtaal.

naar boven ...

5. Is ADHD aangeboren?

Ja, maar hoe ADHD precies ontstaat, is nog steeds niet duidelijk. De onderzoeken hiernaar zijn volop in gang.

ADHD is over het algemeen niet vast te stellen met behulp van bijvoorbeeld een EEG. Slechts bij 5 procent van het aantal patiënten werd een hersenbeschadiging aangetoond, meestal veroorzaakt door zuurstofgebrek tijdens de geboorte. Wel zijn er steeds meer aanwijzingen dat er bij dit soort gedragsstoornissen iets misgaat in de hersenschors in het gebied achter het voorhoofd (frontale cortex). Hier worden de plannende functies geregeld. Simpelweg komt het erop neer dat bepaalde informatie door de hersenen anders wordt verwerkt. ADHD’ers interpreteren bijvoorbeeld reacties van hun omgeving verkeerd. Opdrachtjes moeten vaak verschillende keren herhaald worden. Ze werken ongericht, het is voor hen heel moeilijk om gestructureerd een taak uit te voeren.

Ook zien ze geen overeenkomsten tussen een oude en een nieuwe situatie. Als je ze vraagt hun jas op te hangen aan de kapstok, betekent dat niet dat ze dat de volgende keer - of bij een ander -automatisch ook doen. Nu geldt dat voorbeeld weliswaar voor vrijwel alle kinderen maar waar het bij een ‘gewoon’ kind om laksheid of ‘geen zin’ gaat, ontbreekt bij een ADHD-kind het gevoel voor de logica van de situatie, laat staan het vermogen om hier een routinematige handeling van te maken.

naar boven ...

6. Is ADHD erfelijk?

De cijfers wijzen erop dat ADHD in grote mate erfelijk is. In minimaal 50 procent van de gevallen blijkt er een ‘familiegeschiedenis’ te zijn. Op dit moment (najaar 2000) voert het Universitair Medisch Centrum in Utrecht een onderzoek uit naar die genetische achtergrond. Hiervoor worden gezinnen onderzocht waarvan twee of meer kinderen gediagnostiseerd zijn als ADHD’er. Naar verwachting zijn er zo’n vijf tot tien genen bij de oorzaak van ADHD betrokken. Het onderzoek richt zich echter vooral op erfelijk materiaal dat de functie van dopamine beïnvloedt, omdat het medicijn Ritalin® juist hierop een gunstig effect heeft. Dopamine is een stof in de hersenen, die essentieel is bij het doorgeven van zenuwprikkels.

naar boven ...

 7. Hoeveel kinderen hebben ADHD?

Op dit moment is ADHD de door kinderartsen meest gestelde diagnose; in Nederland zouden meer dan zestig- tot vijfenzestig duizend kinderen ADHD hebben. Dit komt neer op zo’n twee `a drie op de honderd kinderen, dus gemiddeld eentje per klas. ADHD komt drie keer zo vaak bij jongens voor als bij meisjes.  

naar boven ...

8. Het lijkt wel of ADHD steeds meer voorkomt. Kan dit veroorzaakt worden door de drukke samenleving waarin kinderen opgroeien?

Vroeger bestond ADHD ook, alleen werden die kinderen toen gewoon ‘lastig‘ of ’druk‘ genoemd. Tegenwoordig is er veel meer aandacht voor, dus wordt het ook sneller opgemerkt. ADHD wordt niet veroorzaakt door een chaotische omgeving, maar manifesteert zich daarin wel veel sneller. Dat is verklaarbaar: een ADHD’er wordt makkelijk afgeleid en is erg gevoelig voor prikkels. Iets waar deze maatschappij bol van staat.

Wel is er helaas de neiging om elke leerstoornis of ongewenst gedrag een etiketje op te plakken. Als het probleem maar een naam heeft, kan er ook een oplossing uit de kast worden gehaald. Mede daarom kunnen kinderen die problemen vertonen, te snel en ten onrechte als ADHD’er bestempeld worden. Maar soms gaan die problemen na een tijdje gewoon weer over, worden ze door iets heel anders veroorzaakt of zijn ze het gevolg van een ongestructureerde opvoeding.

Het zal duidelijk zijn dat deze trend ten koste gaat van de 'echte' ADHD-patiëntjes en hun ouders. Voordat bij een ADHD-kind de diagnose wordt gesteld, zijn er vaak al jaren van getob en problemen achter de rug. Bovendien is een ADHD-kind opvoeden een veeleisende, energie- en emoties verslindende taak die non-stop doorgaat, en waarbij ouders het zich vrijwel geen seconde kunnen veroorloven om inconsequent te zijn of de aandacht te laten verslappen. Eigenlijk hebben zij zelf recht op een etiketje: dat van Superouder.

naar boven ...

9. Kun je er overheen groeien.?

Nee. ADHD heb je voor het leven. Maar het is wel goed mogelijk om ermee te leren leven of om het te beheersen, bijvoorbeeld door gedragstherapie en/of medicatie. Vooral de aandachtsproblemen, de onrust in het hoofd, kunnen blijven bestaan. Naar schatting heeft één procent van de volwassen ADHD’ers er nog behoorlijk veel last van, zozeer dat ze vastlopen in hun werk en relaties.

Daarnaast vergroot ADHD bij kinderen de kans op gedragsstoornissen op later leeftijd. Volwassen ADHD’ers hebben meer kans op depressies, raken vaker verslaafd aan drugs en alcohol en vertonen eerder misdadig of gewelddadig gedrag.  

naar boven ...

10. Hoe groot is de invloed van voedingsmiddelen op ADHD?

De meningen zijn (nog) verdeeld. De meeste artsen gaan er, op grond van talrijke onderzoeken, vanuit dat voeding in elk geval geen ADHD kan veroorzaken. Hooguit zouden bijvoorbeeld kleurstoffen of suiker de symptomen kunnen verergeren.

Sinds kort zijn er echter nieuwe onderzoeken bekend, waaruit naar voren komt dat voeding wel degelijk een behoorlijke invloed kan hebben. Zo zou volgens het blad Fit met voeding (nr. 2 , 2000) in een onderzoek uit oktober ‘99 zijn aangetoond dat sommige voedingsmiddelen het ontstaan van ADHD kunnen bevorderen. In feite, beweren onderzoekers zelfs, kan ieder voedingsmiddel - dus niet alleen de kunstmatige toevoegingen - gedragsbeïnvloedend zijn, uitgaande van de gedachte dat elk mens uniek is in zijn eigen allergie"en en intoleranties. Hoe groot die invloed kan zijn, bleek bij een proef onder kinderen die allemaal gediagnostiseerd waren als ADHD-patiënt. Na de testperiode werd bij liefst 60 procent een aanmerkelijke gedragsverbetering geconstateerd. Een onderzoek naar eventuele overgevoeligheid voor voedingsmiddelen kan dus zeer zinvol zijn. Zolang maar in het oog wordt gehouden dat ook lichamelijke en psychosociale factoren een grote rol spelen.  

naar boven ...

11. Hoe kun je een ADHD-kind het beste helpen?

Van primair belang is een uiterst consequente en gestructureerde opvoeding. Opdrachten moeten eenvoudig en duidelijk worden gegeven. Orde en regelmaat zijn bijna van levensbelang; zodra je daarvan afwijkt verliest het kind zijn rust en ‘grip’ op de dagelijkse activiteiten.

Verder is het essentieel om vooral de positieve kanten en prestaties te stimuleren en belonen. Er gaat immers al zo vaak iets fout. Voorkomen moet worden dat je in een negatieve spiraal terechtkomt.

Gedragstherapie kan enorm helpen. Er zijn zowel cursussen voor ouders als kinderen. Deze worden onder andere gegeven door Riaggs. Helaas bestaan hiervoor vaak lange wachtlijsten. Daarnaast kan medicatie een goed hulpmiddel zijn.

naar boven ...

12. Wanneer is medicatie noodzakelijk?

Als een kind er zelf zoveel last van heeft, dat zijn leven daardoor ernstig verstoord raakt of het kind ongelukkig wordt, of wanneer de leerproblemen te groot worden. De drempel om op medicatie over te gaan is voor de meeste ouders èn kinderen erg hoog. Vaak wordt eerst jarenlang alles geprobeerd om er mee te leren leven.  

naar boven ...

13. Welke medicatie wordt het meest voorgeschreven?

Ritalin en Clonidine. Het meest bekende is Ritalin®, een stimulerend middel dat bij ADHD’ers juist remmend werkt op het drukke gedrag. Daardoor kunnen ze zich beter concentreren. Ritalin® werkt binnen een half uur en is na twee tot drie uur weer uitgewerkt. Het geneest dus niet, maar bestrijdt alleen de symptomen.

Aan het voorschrijven van medicatie dient een uitgebreid specialistisch onderzoek vooraf te gaan, dat meer behelst dan het meten van de lichaamslengte en het gewicht. In de praktijk gaat juist dat nogal eens mis. Een van de oorzaken hiervoor is dat er simpelweg te weinig kinderpsychiaters zijn. Patiënten komen dus vaak bij Riaggs terecht, of de huis- of kinderarts schrijft na een snelle ‘diagnose’ medicatie voor. Natuurlijk zijn er ook (huis)artsen die zeer goed ingevoerd zijn in de materie, maar niet elke medicus kan daarop bogen. Het blijft een specialisme. Bovendien moet medicatie idealiter samengaan met gedragstherapie. 

naar boven ...

14. Wat zijn de nadelen van Ritalin®?

Ritalin®, stofnaam methylfenidaat, valt onder de Opiumwet, maar wordt verondersteld niet verslavend te zijn. Er is tenminste geen bewijs voor.

Wel blijkt Ritalin® een aantal bijverschijnselen te vertonen, hoewel deze niet allemaal wetenschappelijk zijn vastgesteld. Een veel gesignaleerd bijverschijnsel is verlies van eetlust. Zo’n 80 procent van de kinderen die het medicijn slikken , heeft hier last van; 10 tot 15 procent verliest daardoor behoorlijk wat gewicht. Andere bijwerkingen zijn onder meer slapeloosheid, hoofdpijn, buikpijn, een droge mond, duizeligheid en depressie. Soms treedt een snellere hartslag op of kunnen tics ontstaan. Dat Ritalin® effectief is staat vast, maar over de gevolgen van het gebruik op langere termijn is nog weinig bekend.

Er kleven dus inderdaad wel nadelen aan het gebruik , maar die vormen, zeker gezien de zeer positieve uitwering van het medicijn, geen belemmering om het middel voor te schrijven. Hierbij moet worden aangetekend dat daarnaast gedragstherapie onontbeerlijk is èn de medicatie na verloop van tijd ook weer moet worden afgebouwd.

Een uitgebreid onderzoek door de Gezondheidsraad naar aanleiding van de ontstane onrust (is Ritalin wel zo verantwoord?) heeft eveneens uitgewezen dat Ritalin®als een veilig middel kan worden beschouwd. Een rapport hierover aan de minister wordt medio oktober 2000 verwacht.

naar boven ...

15. Is het waar dat bijna elke ADHD’er Ritalin gebruikt?

Volgens de gegevens van de Stichting Farmaceutische Kerngetallen gebruiken ruim 36.000 ADHD’ers Ritalin, waaronder 31.000 die jonger zijn dan 19 jaar. Naar schatting komen er elke maand zo’n duizend gebruikers bij. Ongeveer één op de drie jeugdige ADHD ‘ers zou nu Ritalin slikken. Dat is dus nog niet de helft.  

naar boven ...

16. Zijn er ook homeopatische of ander oplossingen?

Ja, er zijn verschillende homeopatische middelen die met succes gebruikt worden door ADHD’ers. Een overzicht hiervan is niet te geven; voor een goed advies moet een homeopatische arts worden bezocht, die de medicatie altijd specifiek op de patiënt zal afstemmen.

Zeer recent ontdekten Amerikaanse wetenschappers dat ook nicotine (pleisters) een verbluffend positieve uitwerking op ADHD’ers hebben. Nicotine vermindert onder meer angstgevoelens en verbetert de motorische functies, oplettendheid en reactiesnelheid. .De onderzoeken verkeren nog in een experimenteel stadium. Wel staat vast dat het aantal rokers onder (volwassen) ADHD’ers drie keer zo hoog is als onder de rest van de bevolking. Een soort van zelfmedicatie dus.

Verder zijn er verschillende soorten (nieuwe) gedragstherapieën , maar die laten zich hier moeilijk samenvatten in een beknopt overzicht. In één van de komende nummers van J/M zullen we daar uitgebreider op terugkomen. 

naar boven ...

17. Welk type onderwijs is het meest geschikt voor een ADHD-kind?

Een ADHD’er is niet dom, maar heeft moeite om zich te concentreren. In het algemeen zijn kleine(re) groepen daarom het meest geschikt, om de logische reden dat een kind daarin minder snel wordt afgeleid en meer aandacht kan krijgen. Een adequate begeleiding door de leerkracht en eventueel remedial teaching zijn ook voorwaarden, al valt het in de huidige onderwijssituatie natuurlijk niet mee om dat te realiseren.

Vaak hebben ADHD’ers problemen met de fijne motoriek of een houterige grove motoriek. Behalve remedial teaching kan ook fysiotherapie hier een goede ondersteuning bieden.

Een algemeen advies voor een schooltype is nauwelijks te geven. Dat hangt onder andere af van de mate waarin een kind er ast van heeft. ADHD-leerlingen verschillen immers net zoveel van elkaar als andere kinderen. Per kind zal dus gewoon moeten worden bekeken welk soort onderwijs het best bij hem past. Pas als een kind in een ‘gewone’ nauwelijks te handhaven is - ook niet met behulp van medicatie - of heel veel moeite heeft om bij te blijven, wordt Speciaal Onderwijs een optie. Dan kan het hem weer helpen om verder te komen.  

naar boven ...

18. Wat zijn de sterke kanten van een ADHD’er ?

ADHD’ers zijn vaak bijzonder creatief en kunnen zeer enthousiast, spontaan, open en energiek zijn. ADHD’ers die hun aandacht zeer lang op één onderwerp kunnen richten (hyperfocussen) zijn soms in staat om tot geniale ontdekkingen of oplossingen te komen. Einstein is hier een bekend voorbeeld van. Verder kunnen ze erg gevoelig en zorgzaam zijn en een goed inlevingsvermogen hebben.  

naar boven ...

19. Wat is de link tussen ADHD en nieuwetijdskinderen?

Nieuwetijdskinderen zijn een opkomend fenomeen. Het gaat hier om zeer gevoelige en intuïtieve kinderen die een sterke band hebben met de natuur, over een groot rechtvaardigheidsgevoel en innerlijke wijsheid beschikken en meestal paranormaal begaafd zijn. Omdat ze zich vaak niet thuisvoelen in deze prestatiemaatschappij, kunnen ze zich terugtrekken in zichzelf of zich uiten door extreem druk gedrag. Er zijn dus wel overeenkomsten met ADHD. Wat niet betekent dat elke ADHD’er per definitie een nieuwetijdskind is, en vice versa. 

naar boven ...

20. Waar kun je hulp vinden?

Balans, de Landelijke vereniging voor ouders met kinderen met ontwikkelings-, gedrags- en leerproblemen heeft een speciale infolijn. Tel 0900 - 202 00 65 (55 c.p.m.). Het adres van de website van Balans is:

www.balanspagina.demon.nl

Balans geeft tevens een uitstekend informatieblad uit, Balans Belang.

Sinds maart 1999 bestaat verder de website van de ADHD stichting: www.adhd.nl.

naar boven ...

Monique Montanus, redactrice J/M

© J/M / Weekbladpers Tijdschriften 2000


Nabestelling ADHD-themanummer J/M:

U kunt, zolang de voorraad strekt, het oktobernummer van J/M
nabestellen voor f 7,95 plus f 1,50 portokosten ( is f 9, 45 totaal).


U kunt hiervoor bellen naar de redactie van J/M:

020 - 55 18 406

en vragen naar Hannelore Peeters of Suzanne Beynon.


  Zie ook het ADHD-themanummer van Psychologie Magazine oktober 2000:   
  
De hersenstorm  


Dit artikel is voor het eerst verschenen op Internet op
adhd-land met toestemming van de redactie van J/M.

Opname van dit artikel in ons archief betekent niet dat de redactie van
adhd-land of de ADHD stichting het eens zouden zijn met de in deze uitgave van J/M gedane uitspraken of instaan voor de juistheid van daar gegeven informatie.

Zoek in geval van twijfel contact met een bevoegd hulpverlener en voer wijzigingen in voorgeschreven medicatie niet door zonder overleg met de voorschrijvend arts. 

Overname op andere webpagina's alleen toegestaan als de volledige tekst wordt overgenomen (inclusief deze voettekst)

(22 april 2001, bijgewerkt 5 mei 2001)

© J/M  /  ADHD stichting 2000 - 2001

Vragen & opmerkingen? Stuur een bericht aan de redactie

adhd-land is een initiatief van de ADHD stichting