Zo
zoon, zo vader?
Vincent
Duim
Onze
zoon heeft ADHD. Dat weten we, na een uitgebreide test,
nu ruim een jaar. We namen meteen tal van maatregelen
die effect sorteerden, gelukkig maar. Hij zit nog steeds
op dezelfde school en is mede dankzij het middel Ritalin
zelfs het wonder van zijn groep. Hij heeft namelijk zijn
ideeënrijke geest behouden. Daar zijn wij als ouders
dankbaar voor, want onze zoon had niet alleen
aandachtsproblemen in een hyperactieve geest, hij heeft
ook heel veel fantasie en is initiatiefrijk.
De mooie kanten van het kind dat ons ook heel wat
kopzorgen heeft gegeven.
Nu
we als gezin in een wat rustiger vaarwater zitten, kijk
ik anders naar hem. Misschien wel beter. Nu ook zie ik
dat er tussen hem en mij nogal wat overeenkomsten zijn.
Een
artikel in J/M over beelddenken opende wat dat betreft
mijn ogen. Niet alleen mijn zoon, maar ook ik voldeden
aan de karakterbeschrijvingen van de beelddenker.
Evenals mijn zoon werd ook ik als jongetje afgeleid door
mijn associaties. Als ik een verhaal hoorde, gebeurde
het maar al te vaak dat ik met de ingrediënten van het
verhaal aan de haal ging. De clou net of ruimschoots
missend. Als ik een tekstje las, raakte ik de draad
menigmaal kwijt omdat het verhaal in mijn hoofd
volstrekt andere wendingen maakte dan beschreven stond.
Leren
lezen was dus een probleem voor mij. Zo’n
aandachtsprobleem heeft mijn zoon nu ook. Als je onze
rapporten van de eerste schooljaren vergelijkt, zijn de
commentaren van onze juffen opvallend gelijkluidend. Ik
citeer enkele losse zinnetjes uit mijn rapport van begin
jaren zestig: ‘Als hij nu eens luisterde en minder
eigenwijs was.’ Hij mist nog de rust om zijn gedachten
behoorlijk te ordenen. Zijn vragen en verhalen maken
daardoor vaak een verwarde indruk.’ ‘Goed lezen is
een eerste vereiste.’ De commentaren in mijn zoons
rapport zijn: ‘Als je nu ook nog weet te luisteren.’
‘Je kunt je aandacht maar kort bij het lezen
houden.’ ‘Terwijl je werkt, gebeurt er in je hoofd
heel veel wat je graag wilt vertellen.’
Mijn
gedrag was destijds zo ernstig mis dat de juf mijn
ouders aan het einde van de eerste klas de overweging
meegaf mij naar het Bijzonder Lager Onderwijs (BLO) te
sturen. Bij mijn zoon dreigde min of meer hetzelfde.
Had
ik misschien ook ADHD? Ik denk van wel. Mijn zoon en ik
hebben veel ‘basale (ver)storende elementen’ gemeen.
Sterke
kanten
Pratend
uit eigen ervaring durf ik hem en andere kinderen met
een vergelijkbaar probleem wel een hart onder de riem te
steken. Hun zwakte zal met sterke kanten samengaan. Zij
gaan van hun beeldrijke fantasie profiteren en genieten.
De associatieve manier van denken zal ze van dienst zijn
bij het onthouden van de meest uiteenlopende feiten en
gebeurtenissen. Simpele maar ook de meest vreemde
oplossingen voor problemen zullen zij voor anderen
verzinnen.
Dat
zijn allemaal eigenschappen die mij een positieve
levensinstelling gaven. Ook al waren die op basis van
mijn probleemgedrag
als jongetje van zes niet te verwachten.
Vincent
Duim
© J/M / Weekbladpers
Tijdschriften 2000
Nabestelling
ADHD-themanummer J/M:
U kunt, zolang
de voorraad strekt, het
oktobernummer van J/M
nabestellen voor f 7,95 plus f
1,50 portokosten ( is f 9, 45
totaal).
U kunt hiervoor bellen naar de
redactie van J/M:
020 - 55 18 406
en vragen naar Hannelore Peeters
of Suzanne Beynon.