Alles onder
controle?
Peggy
van der Lee
Opvliegerige
baasjes, stille werkers en zorgzame
moedertjes: in elke schoolklas komen ze
voor. Elk persoonlijkheidstype brengt
specifieke problemen met zich mee, maar
heeft ook specifieke kwaliteiten. Sociale
steun kan een positieve ontwikkeling
bevorderen.
Mieke is een
meisje dat eerst denkt, dan doet. Een
snel maar onvolledig antwoord op een
geschiedenisvraag zal ze haar juf niet
geven, ze is een perfectionist. Keurig
kleurt ze binnen de lijntjes, gekras in
de kantlijn kom je in haar schriften niet
tegen. Een beetje stilletjes zit ze
vooraan in de klas, naast haar enige
echte vriendin Carolien. In de pauze
knikkert ze met haar, maar ze blijft ver
uit de buurt van Bram, de wildebras van
de klas. Mieke is een typisch voorbeeld
van een overgecontroleerd kind.
Overgecontroleerde kinderen worden door
hun leraren en ouders omschreven als
gehoorzame, zorgvuldige en aardige
kinderen, die soms ook verlegen zijn en
gevoelig voor kritiek.
Bram is de
tegenpool van Mieke. Hij is een
ondergecontroleerd type. Zijn gedrag doet
soms denken aan ADHD. Ongecoördineerd
ragt hij in de pauze op een skelter over
het schoolplein, zolang de leraren hem
tenminste geen halt toeroepen. Het
kamertje van de directeur kan hij
levendig beschrijven, want dat heeft hij
in zijn kortdurende schoolcarričre al
vele malen van binnen gezien. Bram is een
echte flapuit, en als hij gepest wordt,
dan slaat hij erop. Ondergecontroleerde
kinderen zijn de herrieschoppers: leraren
en ouders beschrijven hen als
nieuwsgierig en energiek, maar ook als
koppig, rusteloos en antisociaal.
Carolien valt
onder het derde type: de veerkrachtige
persoonlijkheid. Beschermend reikt ze
Mieke de hand, terwijl ze even makkelijk
omgaat met Bram die haar tas voor de
zoveelste keer omver loopt. Carolien is
in staat om tijdens een proefwerk
geconcentreerd en gecontroleerd te
werken, maar tijdens een feestje of op
het schoolplein is ze veel vrijer en doet
spontaan wat in haar hoofd opkomt. Ze kan
meer switchen tussen impulsief en
gecontroleerd gedrag dan een over- of
ondergecontroleerd kind dat kan. Zonder
al te veel moeite baant ze zich een weg
door zowel haar schoolcarričre als haar
sociale leven. Met de meesten kan ze het
goed vinden, en de nieuweling in de klas
zal door Carolien snel aangesproken
worden. Ouders en leraren zien
veerkrachtigen als competente,
zelfverzekerde kinderen. Zij zijn goed in
staat zich te concentreren, ze zijn
nieuwsgierig en het zijn doorzetters.
Dwarsliggers
De indeling in
overgecontroleerde, ondergecontroleerde
en veerkrachtige types is het resultaat
van persoonlijkheidsonderzoek van de
psychologen Jens Asendorpf
en Marcel Van Aken. De profielen
zeggen iets over de mate van
zelfbeheersing van het kind. Een
veerkrachtig kind, zo blijkt uit het
onderzoek, maakt de meeste kans op een
probleemloze psychologische groei. Een
ondergecontroleerd kind loopt al op jonge
leeftijd wat eerder dan zijn
leeftijdgenoten tegen problemen aan en
een overgecontroleerd kind krijgt in de
basisschooljaren steeds meer problemen.
De Duitse
psycholoog Jens Asendorpf
licht toe: Ondergecontroleerde
kinderen hebben over het algemeen een
geringe impulscontrole. Daardoor zijn ze
vaker agressief en zijn ze dwarsliggers
in sociale situaties.
In verschillende
onderzoeken is aangetoond dat
ondergecontroleerde kinderen agressiever
zijn in de omgang met hun leeftijdgenoten
en in een enkel onderzoek wordt beweerd
dat deze agressiviteit toeneemt na het
zevende jaar. Last van een lage
eigenwaarde hebben deze kinderen niet,
ondanks het feit dat ze vaak door hun
vriendjes worden afgewezen vanwege hun
agressiviteit. Ondergecontroleerde
kinderen zijn vaker betrokken bij
vechtpartijen dan de twee andere types.
Deze impulsieve groep botst vaak en soms
hard met haar omgeving.
Verder hebben ze
over het algemeen een lager IQ en blijven
ze vaker zitten dan veerkrachtige
kinderen. Asendorpf wil die laatste
bevindingen echter wel wat relativeren:
Ondergecontroleerde kinderen hebben
vaak een lage testprestatie op IQ-tests.
Dat wil niet per se zeggen dat hun IQ
lager is. Het kan heel goed zijn dat hun
ware intellectuele competentie met deze
lage testprestatie wordt
onderschat. Kinderen met ADHD
vallen in de groep ondergecontroleerden,
maar volgens Asendorpf vormen zij slechts
een klein deel van die groep.
Binnenvetters
Terwijl
ondergecontroleerde kinderen weinig
geremdheid kennen ook als ze in
contact worden gebracht met vreemden
blijken overgecontroleerden juist
zeer geremd in hun gedrag. Zij houden hun
emoties en impulsen altijd sterk onder
controle, het zijn binnenvetters. Zij
scoren over het algemeen het laagst op
psychologisch welbevinden; ze kennen
weinig zelfwaardering, piekeren veel en
hebben meer psychosomatische klachten.
Ook zijn overgecontroleerden in de ogen
van hun klasgenoten minder goed in de
sociale omgang en scoren ze hoog op
emotionaliteit en nervositeit. Het zijn
de wat tobberige muurbloempjes die minder
snel dan hun drukke tegenhangers in
problemen komen.
'De
maatschppij heeft zowel de durfallen
nodig
als de meer
voorzichtige kinderen'
Uit het onderzoek
van Asendorpf en Van Aken
blijkt dat de overgecontroleerden gevaar
lopen om achter te raken in hun
ontwikkeling. Bij een meting op de
leeftijd van vier jaar scoorden de
overgecontroleerden nog even hoog op
intelligentie, schoolprestatie en
cognitieve eigenwaarde als de
veerkrachtigen, maar na verloop van tijd
kwamen ze op alle drie de gebieden achter
te liggen. Met de resultaten van een
recent onderzoek konden deze ernstige
bevindingen echter voor een deel
gerelativeerd worden. Asendorpf: We hebben
onlangs een nieuwe meting gedaan op de
leeftijd van zeventien jaar, waar de
IQ-scores van overgecontroleerden nog
maar een klein beetje lager waren dan die
van veerkrachtigen. Waarom hun
testprestatie op twaalfjarige leeftijd zo
laag was, is nog niet duidelijk. De
IQ-scores van ondergecontroleerden bleken
op zeventienjarige leeftijd nog steeds
laag te zijn.
Een
persoonlijkheidstype hoeft dus niet zo
stabiel te zijn. Er zijn genoeg kinderen
die in de loop van hun ontwikkeling naar
het ene of andere type opschuiven, al zal
een opvliegerig baasje niet snel een
stille werker worden.
De veerkrachtigen
zijn de meest aangepaste
persoonlijkheden. Zij zijn vaak populair
in de klas, hebben veel zelfwaardering en
bijzonder weinig last van
psychosomatische klachten. Hun
persoonlijkheid zit precies tussen het
impulsieve, agressieve van de
ondergecontroleerden, en het angstige,
teruggetrokken gedrag van de
overgecontroleerde in.
Sociale
steun beschermt
De
persoonlijkheidstypen kunnen
onderverdeeld worden in twee subtypen met
een meer of een minder groot risico op
het ontstaan van problemen in de
ontwikkeling. Zo zijn er de
prestatiegerichte en de kwetsbare
overgecontroleerden. De laatste groep,
die voor twee derde uit meisjes bestaat,
is het meer problematische subtype. Deze
kinderen zijn duidelijk vaker het
slachtoffer van pesten en ze zijn
oververtegenwoordigd in de groep
buitenstaanders, die in iedere klas
bestaat.
Bij de
ondergecontroleerden is er een groep
impulsieven en een groep antisocialen. De
antisocialen zijn hier de
probleemgevallen. Deze groep bestaat voor
85 procent uit
jongens. Dit zijn juist vaak de
treiteraars in de klas, zijn vaak eenzaam
en worden het minst geaccepteerd door hun
klasgenoten.
Het is dus niet de
mate van impulsiviteit of geremdheid op
zich zelf die bepaalt of de ontwikkeling
problematisch zal zijn. De kwaliteit van
de sociale relaties kan daarbij een
beschermende factor zijn. De
niet-problematische impulsieve
ondergecontroleerden en de
prestatiegerichte overgecontroleerden
vinden een luisterend oor als ze
thuiskomen, kunnen hun ei bij hun
vrienden kwijt of hebben een broer of zus
als rots in de branding. Zij hebben het
gevoel gesteund te worden door ouders,
vriendjes en broertjes en zusjes.
Afhankelijk van de
steun die een kind in zijn omgeving
krijgt, kan het persoonlijkheidstype zich
negatief of positief ontwikkelen. Dit
biedt kansen voor de toekomst: als we op
jonge leeftijd al kunnen vaststellen welk
type persoonlijkheid een kind heeft
meegekregen, dan kunnen we door extra
aandacht voorkomen dat iemands
persoonlijkheid zich problematisch gaat
ontwikkelen.
Dit wil niet
zeggen dat we alle kinderen dezelfde
eigenschappen moeten proberen te geven.
Asendorpf: Een
over- of
ondergecontroleerd kind is niet per se
problematisch. Ongeveer de helft van de
bevolking bestaat uit over- en
ondergecontroleerden. Ik zie er de
noodzaak niet van in om die twee types te
veranderen in het culturele ideaal van
een veerkrachtige. Zowel onder- als
overgecontroleerden hebben positieve
kanten. De eersten zijn bijvoorbeeld
minder angstig dan veerkrachtigen, en dit
heeft afhankelijk van de situatie
zn voor- en nadelen. De
maatschappij heeft zowel de durfallen
nodig als de meer voorzichtige
kinderen.
©
Psychologie Magazine / Weekbladpers
Tijdschriften 2000