adhd-land

probeer Psychologie Magazine - 5 nummers voor f 25,-

Een bron van misverstanden

themanummer De Hersenstorm
Psychologie Magazine oktober 2000


Een bron van misverstanden

Ad Bergsma

 

Hyperactieve kinderen met een aandachtsstoornis zijn niet alleen zelf onrustig. Zij zijn ook het brandpunt van een verhit debat. De verwarring ontstaat doordat het gezond verstand weinig houvast vindt bij het begrijpen van ADHD. Bijna alles is anders dan het op het eerste gezicht lijkt.

Hebt u zich wel eens afgevraagd wat er nu precies mis was met Suzanne? Het liedje begon zo veelbelovend met een zacht spelende stereo en ‘niemand in huis, de deur op slot, mijn avond kan niet meer kapot.’ Maar na wat strelen en zoenen gaat de telefoon – ‘een vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn, verontschuldigt zich voor verkeerd verbonden zijn’ – en Suzanne heeft vervolgens meer zin in cola dan in het afmaken van dat waar ze aan begonnen is. Zij laat zich zo gemakkelijk afleiden dat je je afvraagt of ze een aandachtsstoornis heeft.

Is afleidbaarheid niet een kernsymptoom van ADHD? Veel ouders en leerkrachten zullen dat beamen. Als je een kind met ADHD vijf minuten alleen laat in een speelkamer, pakt het drie keer zoveel speelgoed beet als een normaal kind. En als een ADHD’er een documentaire op de televisie ziet, zit hij veel meer om zich heen kijken. Geen wonder dat het kind er na afloop maar weinig over kan vertellen. En in de klas blijft het net zo slecht bij de les als Suzanne.

Toch is de meest waarschijnlijke verklaring voor Suzanne’s gedrag dat het van haar niet zo nodig hoeft – of ze nu ADHD heeft of niet. ADHD’ers blijken namelijk wel degelijk helemaal in een activiteit op te kunnen gaan. Stuur een kind met ADHD naar boven om huiswerk te maken en je kunt er donder op zeggen dat het even later volledig verdiept is in een computerspelletje. En als op de televisie geen verantwoorde documentaire wordt vertoond, maar een spetterende comedy, dan weet het na afloop wel degelijk van de hoed en de rand.

ADHD’ers besteden hun aandacht selectiever. Ze kunnen zich erg slecht zetten tot het uitvoeren van saaie klusjes, maar als zij voldoende geprikkeld worden dan zijn hun prestaties gelijkwaardig aan die van leeftijdgenoten. Een kind dat meestal zijn proefwerken in de biologie verprutst, kan ineens een fantastisch werkstuk maken.

De reactie van de omgeving op de opvallende onregelmatigheid in de prestaties is even voorspelbaar als onterecht. De gedachte dat het kind wel kan als het maar wil, steekt de kop op. Dit zorgt voor kwade reacties als de prestatie de volgende keer weer tegenvalt. Omdat dit erg regelmatig gebeurt, ontstaat een vijandige sfeer. De relatie met volwassenen komt onder druk te staan en het kind gaat zich op den duur ook zien als de mislukking en lastpost die het in de ogen van anderen is. Dit bracht een kinderpsychiater tot de verzuchting dat het deze kinderen erg wordt kwalijk genomen als ze een keer iets geweldigs doen op school.

Het boeit niet

Toch zijn de slechtere prestaties niet primair een kwestie van onwil. Kinderen met ADHD zijn anders in die zin dat zij meer stimulatie nodig hebben. Bij vervelende werkjes gaan zij automatisch op zoek naar dingen die interessanter en opwindender zijn. ADHD’ers gaan dan ook niet beter presteren als je de bronnen van afleiding wegneemt, zoals veel ouders en leerkrachten tot hun schade en schande ondervinden. De saaiheid wordt dan verpletterend en het taakgerichte gedrag zal er alleen maar verder onder leiden. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat het huiswerk gecombineerd zou moeten worden met televisiekijken. De kunst is om de op zich niet zo heel boeiende taken tot leven te wekken, zodat het kind er meer door gegrepen wordt. Voor schoolwerk is dit slechts in beperkte mate mogelijk en de Amerikaanse ADHD-specialist Russell Barkley geeft daarom in zijn boek Diagnose ADHD het advies om niet te zwaar te tillen aan de schoolresultaten. Wees blij met wat wel lukt en bedenk dat het handhaven van een goede relatie met het kind veel belangrijker is. Goede sociale relaties blijken namelijk een belangrijke buffer te vormen tegen schaduwkanten van ADHD als overdreven opstandig gedrag en criminaliteit.

Het is echter moeilijk voor ouders om deze schijnbaar toeschietelijke instelling aan de buitenwereld te verkopen. De kritiek dat ze te lankmoedig zijn wordt soms nog sterker als een buitenstaander over de schouders van het gezin meekijkt. Vreemde ogen dwingen en ook kinderen met ADHD ervaren dat aan den lijve. Ze worden tijdelijk zo opgepept dat zij hun dwangmatige behoefte aan nieuwe prikkeling even vergeten. Hierdoor gebeurt het regelmatig dat een kind met ADHD zich in de spreekkamer van de psycholoog of kinderpsychiater netjes gedraagt en opdrachten vlekkeloos uitvoert.

Hetzelfde patroon is zichtbaar als een oom aanbiedt om de moeder te ontlasten en eens een dagje op stap te gaan met het ADHD-kind. Het kind gedraagt zich dan vaak niet op de manier die de moeder altijd heeft beschreven. Het kind lijkt voor rede vatbaar. Als de oom het kind ’s avonds weer aflevert heeft hij het idee dat niet het kind het probleem is, maar de moeder. Een betere opvoeder zou het met zo’n lief kind nooit zo uit de klauw laten lopen. Hoezeer de man zich vergist zou pas blijken als de oom het betreffende kind een paar weekjes in huis neemt. Als het bijzondere van zijn aanwezigheid is verdwenen, steken de ADHD-trekjes weer de kop op. Adviezen als ‘je moet gewoon duidelijk grenzen stellen’ die hij altijd zo gemakkelijk over zijn lippen kreeg, blijken in de praktijk niet zoveel uit te halen als hij had gedacht.

Fiets in de sloot

Een andere reeks misverstanden ontstaat door de verschillende manier waarop mensen met en zonder ADHD in de wereld staan. De ‘normalen’ hebben meer overzicht over de situatie en zijn in staat een stap vooruit te denken, terwijl de dimensie naar de toekomst bij ADHD veel minder prominent is. Een typerend voorbeeld komt van de puber op de fiets die een verkeerssituatie verkeerd heeft ingeschat. Er komt een brommer op hem af en de enige uitwijkmogelijkheid die hij ziet is de sloot. Na de eerste schrik volgt een ren naar huis. Dankzij de hulp van moeder zit het kind even later weer schoon op de bank. Pas de volgende morgen als hij weer naar school moet, komt hij tot de ontdekking dat zijn fiets nog bij de slootkant ligt. Of lag, blijkt al snel, want het rijwiel is natuurlijk ondertussen gestolen.

Erg handig is dit allemaal niet, maar het is niet redelijk om nu erg boos te worden. Een kind met ADHD verdient op zijn tijd zeker straf, maar geen blijvend bittere gevoelens. Het punt is dat wij ons inzicht kunnen gebruiken om dit soort negatieve gevolgen te voorkomen, maar voor de ADHD’ers komt het voor de hand liggende maar al te vaak onverwacht. Het is alsof zij bij de waarneming van de wereld een dimensie missen. Hen dit kwalijk nemen is net zo iets als een man zonder benen verwijten dat hij niet kan lopen.

In de praktijk heeft het ADHD-kind daarom een omgeving nodig die hem de consequenties van zijn gedrag op een presenteerplaatje aanbiedt

In de praktijk heeft het ADHD-kind daarom een omgeving nodig die hem de consequenties van zijn gedrag op een presenteerplaatje aanbiedt. Er moet iemand zijn die van tevoren bedenkt wat er allemaal zal kunnen gebeuren en die alvast maatregelen neemt om missers te voorkomen. Als er een tentamen aankomt, zal een ADHD’er zijn boeken pas openen als het veel te laat is. Het is dan beter om samen met hem van tevoren een programma te maken over welke stof op welke dag behandeld moet worden. Evenzo hebben ze een steuntje nodig als je ervoor wilt zorgen dat ze op tijd beginnen met het inpakken van een koffer voor een vakantie.

Het voortdurende vooruitdenken is niet makkelijk vol te houden. Een moeder vertelt: ‘Mijn zoon had op school te horen gekregen dat hij de vissen mee naar huis mocht nemen. Hij was helemaal opgetogen en vroeg of ik ze met de auto wilde gaan halen. Daar had ik op dat moment niet veel zin in en ik vertelde hem dat hij zelf maar moest zien hoe hij de vissenkom thuis zou krijgen. Dat heb ik geweten. Op school legde hij een papier over de kom, sloot het af met een elastiekje en stopte het geheel in zijn rugzak. Hij kwam thuis met een smile van oor tot oor en een gezicht van dat heb ik toch maar mooi voor elkaar gekregen, maar ondertussen waren al zijn schoolspullen natuurlijk drijfnat. Je kunt dan kwaad worden, maar op dat moment kon ik er gelukkig om lachen. We zijn nog druk in de weer geweest met een föhn om alles weer droog te maken. Ik had het ook niet aan zijn vindingrijkheid moeten overlaten.’

De drukte van ADHD-kinderen heeft ook te maken met hun onvermogen om de eigen ingevingen af te remmen. Ze zijn overgeleverd aan hun impulsen en doen voor zij denken. Als een vraag wordt gesteld, geven ze antwoord voordat de ander is uitgepraat. ADHD’ers praten vaak veel en luisteren weinig. Dit maakt een ongeïnteresseerde en egoïstische indruk. Dit wordt nog eens versterkt doordat de impulsiviteit erg storend is. Veel vrienden levert zulk gedrag niet op.

ADHD'ers blijken wel degelijk helemaal in een activiteit op te kunnen gaan

Dergelijk gedrag is echter niet opzettelijk,blijkt uit een experiment van de Amsterdamse psycholoog Jaap Oosterlaan. Hij plaatste kinderen met ADHD voor de computer en vroeg hen op de ‘L’ te drukken als een vliegtuig links op het scherm verscheen en op de ‘R’ als het rechts vloog. Bij een kwart van de opgaven kwam kort voor het vliegtuig verscheen een stopteken in beeld en moesten de kinderen hun reactie onderdrukken. Zoals verwacht kunnen kinderen met ADHD dit niet goed. Zelfs als de kinderen aantrekkelijk speelgoed konden verdienen door hun reactie te onderdrukken, bleven de prestaties ondermaats. Straf in de vorm van het verlies van speelgoed had evenmin een gunstig effect. ADHD’ers kunnen niet anders omdat de ‘rem in hun brein’ slecht is ontwikkeld. Waar een wil is, is niet altijd de bijbehorende weg.

Indianenverhalen

Op het terrein van de behandeling zien we de grootste misverstanden. Het is tegenwoordig veel algemener bekend dat ADHD een serieus te nemen stoornis is en daardoor is ook de vraag naar behandeling sterk gestegen. Een van de gevolgen is dat het gebruik van medicijnen enorm is toegenomen en dat vindt men massaal erg verontrustend. Binnenkort komt de Gezondheidsraad met een rapport, waarin echter weinig anders geconcludeerd kan worden dan dat de angst voor de medicatie niet terecht is.

Toch is de onrust zeer begrijpelijk. De medicatie, Ritalin, heeft namelijk verschillende controversiële eigenschappen. Allereerst is daar de paradoxale combinatie van de stimulerende geneesmiddelen voor druktemakers. Een geneesmiddel met een dempende werking ligt meer voor de hand. Feit blijft echter dat het werkt, waarschijnlijk omdat de ‘rem’ actiever wordt.

Een ander ongemakkelijk feit is dat de gebruikte medicatie nauwelijks verschilt van drugs als cocaïne en amfetamine. De gebruikte pillen kunnen dan ook op straat verhandeld worden. Natuurlijk maakt zoiets omstanders wel eens bang. Als dan vervolgens de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency op basis van enkele krantenberichten allerlei indianenverhalen gaat verspreiden, lijkt de wereld inderdaad verdorven. De Amerikaanse antipsychiater Peter Breggin schrijft op zijn website dat onze maatschappij drugsmisbruik heeft geïnstitutionaliseerd. ‘We leren onze kinderen hun problemen op te lossen met drugs.’ Een stellingname die gelukkig niet blijkt te kloppen. Kinderen met ADHD die medicatie hebben gebruikt, grijpen op latere leeftijd juist minder vaak naar de drugs, blijkt uit onderzoek dat vorig jaar is gepubliceerd in Pediatrics. Ze hebben waarschijnlijk minder problemen dan ADHD’ers zonder medicatie en dus ook minder de neiging die op te lossen met drugs.

Het belangrijkste misverstand lijkt echter dat we maar moeilijk kunnen geloven dat een kind medicijnen nodig heeft als het er normaal uitziet en zich soms voorbeeldig gedraagt. We willen helemaal niet dat de wereld zo onrechtvaardig is dat zo’n kind onvoldoende geholpen kan worden door de goede wil en inzet van zijn ouders. Toch moeten we dat onder ogen zien, anders scheppen we een gevaarlijke illusie die het isolement van mensen met ADHD alleen maar verder zal vergroten.

Dit artikel is voor een deel gebaseerd op het rapport:

Jan Buitelaar en Ad Bergsma (2000) Sociocultural factors and the treatment of ADHD,
uit: Council of Europe Attention Deficit/hyperkinetic disorders: their diagnosis and treatment with stimulants.
Straatsburg, Council of Europe publishing.

 

© Psychologie Magazine / Weekbladpers Tijdschriften 2000

nabestelling      proefabonnement       inhoudsopgave      volgend artikel

Reacties op bovenstaand artikel

Voor reacties op dit artikel kunt u contact opnemen met de redactie van adhd-land via dit formulier of via een e-bericht aan redactie@adhd.nl.

Uw reacties zullen worden verzameld en straks via een aparte pagina worden gekoppeld aan dit artikel. Geeft u in uw reactie aan of deze eventueel anoniem geplaatst moet worden? De redactie van adhd-land behoudt zich het recht voor reacties al dan niet te publiceren of in te korten.

Natuurlijk kunt u ook contact opnemen met de redactie van Psychologie Magazine en bijvoorbeeld een ingezonden brief sturen.


  Zie ook het themanummer
uit oktober 2000 van J/M, vakblad voor ouders:   
  
Het dagelijks leven met ADHD

Op het Internet gepubliceerd in adhd-land met uitdrukkelijke toestemming van de redactie van Psychologie Magazine.

Ovename op andere webpagina's alleen toegestaan als de volledige tekst wordt overgenomen (inclusief deze voettekst)

(bijgewerkt 10 december 2000)

© ADHD stichting / Psychologie Magazine 2000


Vragen & opmerkingen? Stuur een bericht aan de redactie


adhd-land is een initiatief van de ADHD stichting