Een bron
van misverstanden
Ad
Bergsma
Hyperactieve
kinderen met een aandachtsstoornis zijn
niet alleen zelf onrustig. Zij zijn ook
het brandpunt van een verhit debat. De
verwarring ontstaat doordat het gezond
verstand weinig houvast vindt bij het
begrijpen van ADHD. Bijna alles is anders
dan het op het eerste gezicht lijkt.
Hebt u zich wel
eens afgevraagd wat er nu precies mis was
met Suzanne? Het liedje begon zo
veelbelovend met een zacht spelende
stereo en niemand in huis, de deur
op slot, mijn avond kan niet meer
kapot. Maar na wat strelen en
zoenen gaat de telefoon een
vriendelijke stem aan de andere kant van
de lijn, verontschuldigt zich voor
verkeerd verbonden zijn en
Suzanne heeft vervolgens meer zin in cola
dan in het afmaken van dat waar ze aan
begonnen is. Zij laat zich zo gemakkelijk
afleiden dat je je afvraagt of ze een
aandachtsstoornis heeft.
Is afleidbaarheid
niet een kernsymptoom van ADHD? Veel
ouders en leerkrachten zullen dat beamen.
Als je een kind met ADHD vijf minuten
alleen laat in een speelkamer, pakt het
drie keer zoveel speelgoed beet als een
normaal kind. En als een ADHDer een
documentaire op de televisie ziet, zit
hij veel meer om zich heen kijken. Geen
wonder dat het kind er na afloop maar
weinig over kan vertellen. En in de klas
blijft het net zo slecht bij de les als
Suzanne.
Toch is de meest
waarschijnlijke verklaring voor
Suzannes gedrag dat het van haar
niet zo nodig hoeft of ze nu ADHD
heeft of niet. ADHDers blijken
namelijk wel degelijk helemaal in een
activiteit op te kunnen gaan. Stuur een
kind met ADHD naar boven om huiswerk te
maken en je kunt er donder op zeggen dat
het even later volledig verdiept is in
een computerspelletje. En als op de
televisie geen verantwoorde documentaire
wordt vertoond, maar een spetterende
comedy, dan weet het na afloop wel
degelijk van de hoed en de rand.
ADHDers
besteden hun aandacht selectiever. Ze
kunnen zich erg slecht zetten tot het
uitvoeren van saaie klusjes, maar als zij
voldoende geprikkeld worden dan zijn hun
prestaties gelijkwaardig aan die van
leeftijdgenoten. Een kind dat meestal
zijn proefwerken in de biologie
verprutst, kan ineens een fantastisch
werkstuk maken.
De reactie van de
omgeving op de opvallende
onregelmatigheid in de prestaties is even
voorspelbaar als onterecht. De gedachte
dat het kind wel kan als het maar wil,
steekt de kop op. Dit zorgt voor kwade
reacties als de prestatie de volgende
keer weer tegenvalt. Omdat dit erg
regelmatig gebeurt, ontstaat een
vijandige sfeer. De relatie met
volwassenen komt onder druk te staan en
het kind gaat zich op den duur ook zien
als de mislukking en lastpost die het in
de ogen van anderen is. Dit bracht een
kinderpsychiater tot de verzuchting dat
het deze kinderen erg wordt kwalijk
genomen als ze een keer iets geweldigs
doen op school.
Het boeit
niet
Toch zijn de
slechtere prestaties niet primair een
kwestie van onwil. Kinderen met ADHD zijn
anders in die zin dat zij meer stimulatie
nodig hebben. Bij vervelende werkjes gaan
zij automatisch op zoek naar dingen die
interessanter en opwindender zijn.
ADHDers gaan dan ook niet beter
presteren als je de bronnen van afleiding
wegneemt, zoals veel ouders en
leerkrachten tot hun schade en schande
ondervinden. De saaiheid wordt dan
verpletterend en het taakgerichte gedrag
zal er alleen maar verder onder leiden.
Dit wil natuurlijk niet zeggen dat het
huiswerk gecombineerd zou moeten worden
met televisiekijken. De kunst is om de op
zich niet zo heel boeiende taken tot
leven te wekken, zodat het kind er meer
door gegrepen wordt. Voor schoolwerk is
dit slechts in beperkte mate mogelijk en
de Amerikaanse ADHD-specialist Russell Barkley geeft daarom in
zijn boek Diagnose ADHD het advies om
niet te zwaar te tillen aan de
schoolresultaten. Wees blij met wat wel
lukt en bedenk dat het handhaven van een
goede relatie met het kind veel
belangrijker is. Goede sociale relaties
blijken namelijk een belangrijke buffer
te vormen tegen schaduwkanten van ADHD
als overdreven opstandig gedrag en
criminaliteit.
Het is echter
moeilijk voor ouders om deze schijnbaar
toeschietelijke instelling aan de
buitenwereld te verkopen. De kritiek dat
ze te lankmoedig zijn wordt soms nog
sterker als een buitenstaander over de
schouders van het gezin meekijkt. Vreemde
ogen dwingen en ook kinderen met ADHD
ervaren dat aan den lijve. Ze worden
tijdelijk zo opgepept dat zij hun
dwangmatige behoefte aan nieuwe
prikkeling even vergeten. Hierdoor
gebeurt het regelmatig dat een kind met
ADHD zich in de spreekkamer van de
psycholoog of kinderpsychiater netjes
gedraagt en opdrachten vlekkeloos
uitvoert.
Hetzelfde patroon
is zichtbaar als een oom aanbiedt om de
moeder te ontlasten en eens een dagje op
stap te gaan met het ADHD-kind. Het kind
gedraagt zich dan vaak niet op de manier
die de moeder altijd heeft beschreven.
Het kind lijkt voor rede vatbaar. Als de
oom het kind s avonds weer aflevert
heeft hij het idee dat niet het kind het
probleem is, maar de moeder. Een betere
opvoeder zou het met zon lief kind
nooit zo uit de klauw laten lopen.
Hoezeer de man zich vergist zou pas
blijken als de oom het betreffende kind
een paar weekjes in huis neemt. Als het
bijzondere van zijn aanwezigheid is
verdwenen, steken de ADHD-trekjes weer de
kop op. Adviezen als je moet gewoon
duidelijk grenzen stellen die hij
altijd zo gemakkelijk over zijn lippen
kreeg, blijken in de praktijk niet zoveel
uit te halen als hij had gedacht.
Fiets in
de sloot
Een andere reeks
misverstanden ontstaat door de
verschillende manier waarop mensen met en
zonder ADHD in de wereld staan. De
normalen hebben meer
overzicht over de situatie en zijn in
staat een stap vooruit te denken, terwijl
de dimensie naar de toekomst bij ADHD
veel minder prominent is. Een typerend
voorbeeld komt van de puber op de fiets
die een verkeerssituatie verkeerd heeft
ingeschat. Er komt een brommer op hem af
en de enige uitwijkmogelijkheid die hij
ziet is de sloot. Na de eerste schrik
volgt een ren naar huis. Dankzij de hulp
van moeder zit het kind even later weer
schoon op de bank. Pas de volgende morgen
als hij weer naar school moet, komt hij
tot de ontdekking dat zijn fiets nog bij
de slootkant ligt. Of lag, blijkt al
snel, want het rijwiel is natuurlijk
ondertussen gestolen.
Erg handig is dit
allemaal niet, maar het is niet redelijk
om nu erg boos te worden. Een kind met
ADHD verdient op zijn tijd zeker straf,
maar geen blijvend bittere gevoelens. Het
punt is dat wij ons inzicht kunnen
gebruiken om dit soort negatieve gevolgen
te voorkomen, maar voor de ADHDers
komt het voor de hand liggende maar al te
vaak onverwacht. Het is alsof zij bij de
waarneming van de wereld een dimensie
missen. Hen dit kwalijk nemen is net zo
iets als een man zonder benen verwijten
dat hij niet kan lopen.
In de
praktijk heeft het ADHD-kind
daarom een omgeving nodig die
hem de consequenties van zijn
gedrag op een
presenteerplaatje aanbiedt
In de praktijk
heeft het ADHD-kind daarom een omgeving
nodig die hem de consequenties van zijn
gedrag op een presenteerplaatje aanbiedt.
Er moet iemand zijn die van tevoren
bedenkt wat er allemaal zal kunnen
gebeuren en die alvast maatregelen neemt
om missers te voorkomen. Als er een
tentamen aankomt, zal een ADHDer
zijn boeken pas openen als het veel te
laat is. Het is dan beter om samen met
hem van tevoren een programma te maken
over welke stof op welke dag behandeld
moet worden. Evenzo hebben ze een
steuntje nodig als je ervoor wilt zorgen
dat ze op tijd beginnen met het inpakken
van een koffer voor een vakantie.
Het voortdurende
vooruitdenken is niet makkelijk vol te
houden. Een moeder vertelt: Mijn
zoon had op school te horen gekregen dat
hij de vissen mee naar huis mocht nemen.
Hij was helemaal opgetogen en vroeg of ik
ze met de auto wilde gaan halen. Daar had
ik op dat moment niet veel zin in en ik
vertelde hem dat hij zelf maar moest zien
hoe hij de vissenkom thuis zou krijgen.
Dat heb ik geweten. Op school legde hij
een papier over de kom, sloot het af met
een elastiekje en stopte het geheel in
zijn rugzak. Hij kwam thuis met een smile
van oor tot oor en een gezicht van dat
heb ik toch maar mooi voor elkaar
gekregen, maar ondertussen waren al zijn
schoolspullen natuurlijk drijfnat. Je
kunt dan kwaad worden, maar op dat moment
kon ik er gelukkig om lachen. We zijn nog
druk in de weer geweest met een föhn om
alles weer droog te maken. Ik had het ook
niet aan zijn vindingrijkheid moeten
overlaten.
De drukte van
ADHD-kinderen heeft ook te maken met hun
onvermogen om de eigen ingevingen af te
remmen. Ze zijn overgeleverd aan hun
impulsen en doen voor zij denken. Als een
vraag wordt gesteld, geven ze antwoord
voordat de ander is uitgepraat.
ADHDers praten vaak veel en
luisteren weinig. Dit maakt een
ongeïnteresseerde en egoïstische
indruk. Dit wordt nog eens versterkt
doordat de impulsiviteit erg storend is.
Veel vrienden levert zulk gedrag niet op.
ADHD'ers
blijken wel degelijk helemaal
in een activiteit op te
kunnen gaan
Dergelijk gedrag
is echter niet opzettelijk,blijkt uit een
experiment van de Amsterdamse psycholoog
Jaap Oosterlaan. Hij plaatste
kinderen met ADHD voor de computer en
vroeg hen op de L te drukken
als een vliegtuig links op het scherm
verscheen en op de R als het
rechts vloog. Bij een kwart van de
opgaven kwam kort voor het vliegtuig
verscheen een stopteken in beeld en
moesten de kinderen hun reactie
onderdrukken. Zoals verwacht kunnen
kinderen met ADHD dit niet goed. Zelfs
als de kinderen aantrekkelijk speelgoed
konden verdienen door hun reactie te
onderdrukken, bleven de prestaties
ondermaats. Straf in de vorm van het
verlies van speelgoed had evenmin een
gunstig effect. ADHDers kunnen niet
anders omdat de rem in hun
brein slecht is ontwikkeld. Waar
een wil is, is niet altijd de
bijbehorende weg.
Indianenverhalen
Op het terrein van
de behandeling zien we de grootste
misverstanden. Het is tegenwoordig veel
algemener bekend dat ADHD een serieus te
nemen stoornis is en daardoor is ook de
vraag naar behandeling sterk gestegen.
Een van de gevolgen is dat het gebruik
van medicijnen enorm is toegenomen en dat
vindt men massaal erg verontrustend.
Binnenkort komt de Gezondheidsraad met
een rapport, waarin echter weinig anders
geconcludeerd kan worden dan dat de angst
voor de medicatie niet terecht is.
Toch is de onrust
zeer begrijpelijk. De medicatie, Ritalin,
heeft namelijk verschillende
controversiële eigenschappen. Allereerst
is daar de paradoxale combinatie van de
stimulerende geneesmiddelen voor
druktemakers. Een geneesmiddel met een
dempende werking ligt meer voor de hand.
Feit blijft echter dat het werkt,
waarschijnlijk omdat de rem
actiever wordt.
Een ander
ongemakkelijk feit is dat de gebruikte
medicatie nauwelijks verschilt van drugs
als cocaïne en amfetamine. De gebruikte
pillen kunnen dan ook op straat
verhandeld worden. Natuurlijk maakt
zoiets omstanders wel eens bang. Als dan
vervolgens de Amerikaanse Drugs Enforcement
Agency op basis
van enkele krantenberichten allerlei
indianenverhalen gaat verspreiden, lijkt
de wereld inderdaad verdorven. De
Amerikaanse antipsychiater Peter Breggin
schrijft op zijn website dat onze
maatschappij drugsmisbruik heeft
geïnstitutionaliseerd. We leren
onze kinderen hun problemen op te lossen
met drugs. Een stellingname die
gelukkig niet blijkt te kloppen. Kinderen
met ADHD die medicatie hebben gebruikt,
grijpen op latere leeftijd juist minder
vaak naar de drugs, blijkt uit onderzoek dat
vorig jaar is gepubliceerd
in Pediatrics. Ze hebben
waarschijnlijk minder problemen dan
ADHDers zonder medicatie en dus ook
minder de neiging die op te lossen met
drugs.
Het belangrijkste
misverstand lijkt echter dat we maar
moeilijk kunnen geloven dat een kind
medicijnen nodig heeft als het er normaal
uitziet en zich soms voorbeeldig
gedraagt. We willen helemaal niet dat de
wereld zo onrechtvaardig is dat zon
kind onvoldoende geholpen kan worden door
de goede wil en inzet van zijn ouders.
Toch moeten we dat onder ogen zien,
anders scheppen we een gevaarlijke
illusie die het isolement van mensen met
ADHD alleen maar verder zal vergroten.
Dit artikel is
voor een deel gebaseerd op het
rapport:
Jan Buitelaar
en Ad Bergsma (2000) Sociocultural
factors and the treatment of ADHD,
uit:
Council of Europe Attention
Deficit/hyperkinetic disorders: their
diagnosis and treatment with
stimulants.
Straatsburg,
Council of Europe publishing.
©
Psychologie Magazine / Weekbladpers
Tijdschriften 2000