Naar Hersenstichting NederlandNaar Hersenstichting Nederland

Schotten weg tussen kinder- en volwassenenpsychiatrie

vraaggesprek met psychiater Sandra Kooij

Hersenschakels, december 1998


Gescheiden werelden

Tot de dag van vandaag zijn kinder- en volwassenpsychiatrie gescheiden werelden. ‘Onterecht,’ meent psychiater Sandra Kooij. Veel stoornissen uit de kindertijd blijken in de volwassenheid voort te duren. Zo kon het gebeuren dat diagnostiek en behandeling van de aandachts- en concentratiestoornis ADHD bij kinderen allang bekend is maar bij volwassenen nog in de kinderschoenen staat.

Noem het toeval, maar misschien is opmerkzaamheid nog een betere omschrijving voor de ontdekking die Sandra Kooij ruim vier jaar geleden deed. Kooij is als psychiater verbonden aan Psychiatrisch Centrum Joris in Delft. Indertijd verbaasde ze zich erover dat een van haar borderlinepatiënten anders reageerde op medicijnen. Net in die tijd woonde Kooij een congres over ADHD bij kinderen bij en hoorde daar dat deze aandachts- en concentratiestoornis ook tot in de volwassenheid kan voortduren.

‘Daar had ik tijdens de opleiding nooit iets over gehoord,’ aldus Kooij. Kinderen met ADHD zouden daar wel overheen groeien was tot dan toe de mening. Toen bleek dat er al een vracht aan informatie over ADHD bij volwassenen bekend was. En dat medicijnen die bij kinderen werden gebruikt ook bij volwassenen bleken te helpen. De stemmingswisselingen, het onrustige, impulsieve van de ‘borderlinepatiënte’ kwam ineens in een heel ander perspectief te staan. Een ander medicijn bleek toen wel behoorlijk te werken.

Pionieren

Vanaf dat moment geldt ‘het Joris’, met Kooij als pionier, als epicentrum van de kennis over ADHD bij volwassenen. Inmiddels heeft zij zo’n 180 mensen gezien die - volgens de voorlopige richtlijnen voor diagnostiek die door haar zijn opgesteld - ADHD hebben. Voor het ontwikkelen van expertise ging Kooij te rade bij kinderpsychiaters en volgde ze trainingen in de Verenigde Staten gehad waar ze - zoals wel vaker - ook op dit terrein verder zijn.

Dankzij de media-aandacht voor het onderwerp blijken ook patiënten zich massaal te melden. In korte tijd is er in Nederland een nog steeds uitbreidend netwerk ontstaan van zo’n vijftig psychiaters en psychologen waar mensen met ADHD terechtkunnen. De polikliniek van Joris stuurt geïnteresseerde psychologen, psychiaters en andere hulpverleners informatiepaketten waarna hen wordt gevraagd mee te doen in het ADHD-netwerk. In ruil daarvoor biedt Kooij, samen met medewerker Arga Paternotte, van patiëntenvereniging Balans, scholing. ‘De tijd is er rijp voor,’ zo bevestigt Kooij de grote aandacht voor ADHD. ‘Maar met belangstelling alleen zijn we er nog niet.’ Er zijn nog veel vragen bij ADHD. Zoals: waarom gaat de stoornis bij de helft van de kinderen wel over en bij de andere helft niet? En ook: het voorkomen van de aandoening wordt bij volwassenen geschat op minimaal één procent van de bevolking. Een enorm aantal, al noemen Amerikaanse onderzoekers zelfs percentages van drie tot vijf procent, maar kloppen die aantallen ook?

Middelenmisbruik

Onderzoek heeft aangetoond dat ongeveer een kwart van alle ADHD’ers te veel middelen gebruikt. Volgens de psychiater hangt dat samen met de onrust- en impulsiviteit dempende werking van alcohol en drugs. ‘Een soort zelfmedicatie dus.’ ADHD (Attention Deficit/Hyperactivity Disorder) werd vroeger MBD (Minimal Brain Damage) genoemd. Kooij spreekt het liefst over een neurobiologische stoornis. ‘Het begint steeds duidelijker te worden dat ADHD erfelijk bepaald is of verworven tijdens de zwangerschap.’ Welke genen precies voor de stoornis verantwoordelijk zijn wordt in Nederland nog onderzocht.

Door toepassing van hersenscans begint duidelijk te worden wat er zich in het hoofd van een ADHD'er afspeelt. Het blijkt dat met name de frontaalkwab en de basale ganglia, gebieden die een belangrijke rol spelen bij concentratie en impulsbeheersing niet functioneren zoals zou moeten. De doorbloeding blijkt onder andere te haperen. Volgens de nieuwste theorie, van professor Barkley uit de Verenigde Staten, is ADHD is geen echte concentratiestoornis maar een zogeheten ‘inhibitiestoornis’, dat wil zeggen: men kan het eigen gedrag en denken niet afremmen. Die ontremming zorgt voor concentratiestoornissen. ‘Vergelijk de informatiestroom bij iemand met ADHD met een televisie waarop tien kanalen tegelijkertijd te zien zijn. Mensen met ADHD kunnen slecht onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken. Alles lijkt even belangrijk. Daar bovenop komen nog de eigen gedachten en associaties die niet te stoppen zijn. En hoeveel psychotherapie je er ook voor inzet, daardoor gaan de symptomen niet definitief weg,’ aldus Kooij. Wat helpt wel? Medicijnen als Ritalin (een amfetamine) die de betrokken hersengebieden stimuleren, waardoor de concentratie weer toeneemt, blijken bij ongeveer driekwart van de patiënten te helpen. De best herstellende ADHD'ers blijken overigens mensen te zijn die werk en een relatie hebben. ‘Dit is overigens niet specifiek voor deze aandoening. Het beloop van psychiatrische stoornissen is meestal positiever als de patiënt sociaal goed is ingebed.

Diagnose

Volgens diagnosebijbel DSM-IV zal iemand met ADHD al vóór zijn of haar zevende klachten gehad moeten hebben. Die klachten bestaan uit concentratieproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Daarbij moet er ook sprake zijn van disfunctioneren, bijvoorbeeld in de sociale omgang, studie of werk. Deze kenmerken moeten ook nu nog, tijdens de volwassenheid, voorkomen.

Vooral omdat ADHD een zogeheten ‘dimensionele’ stoornis is - die in meer of mindere mate voor kan komen - zijn duidelijke criteria van groot belang. En dat kost tijd. Want,’ zoals Kooij aangeeft, ‘waar leg je de grens? Iedereen heeft wel eens last van concentratiestoornissen of hyperactiviteit.’ Voor kinderen bestaan die criteria wel. Bij volwassenen bestaan er aanwijzingen dat de symptomen minder op de voorgrond treden. Misschien omdat ze er minder last van hebben, misschien omdat ze ermee hebben leren omgaan.

Onderzoek

Samen met kinderpsychiater professor J.K. Buitelaar is Kooij met een onderzoek naar het voorkomen van ADHD bij volwassen in Nederland gestart. Het epidemiologische onderzoek begon in september verleden jaar met een groep van 2.000 mensen. Maar de vragenlijst die de deelnemers moesten invullen is nog niet gevalideerd. Dit betekent dat de vragenlijst nog niet de ‘officiële’ vragenlijst mag worden genoemd in het onderzoek naar het voorkomen ADHD. Deze validering is slechts één van de nog vele pionierstaken die nog verricht moeten worden op dit terrein. Momenteel spitst het Nederlandse ADHD-onderzoek zich toe op het onderscheid tussen ADHD en de borderline-persoonlijkheidsstoornis. Bij dit onderzoek worden niet alleen psychologische tests afgenomen. Ook wordt de hulp van een zogeheten ‘actometer’ ingeroepen, een chip die om de pols wordt bevestigd om de beweeglijkheid van de drager te meten. Uit een eigen pilot-onderzoek van Kooij naar volwassenen met ADHD bleek dat zij, met name in hun slaap, duidelijk beweeglijker zijn.

Tot op de dag van vandaag zijn kinder- en volwassenenpsychiatrie gescheiden werelden. Er wordt te weinig onderling overlegd, aldus Sandra Kooij. ‘Gelukkig lijkt de zaak nu in beweging te komen.’ En dat betekent goed nieuws. Niet alleen voor de volwassenen met ADHD maar ook voor volwassenen met autisme en Gilles de la Tourette, voorbeelden van stoornissen die in de volwassenheid blijven voortduren.

Eindredactie: Eugène van Haaren, Irene Broer

Nieuwsbrief in het kader van het Nederlands Hersendecennium 'Hersenwerk 2002'

Hersenschakels nr. 28, dec '98/jan '99 is een uitgave van de Hersenstichting Nederland


 

Hersenstichting Nederland
Korte Houtstraat 10
2511 CD DEN HAAG

tel. 070 - 360 48 16

Giro 860 t.n.v. Hersenstichting Nederland - Den Haag


Doelstelling Hersenstichting Nederland

De stichting stelt zich ten doel de preventieve en curatieve bestrijding van hersenziekten. Deze doelstelling wordt bereikt door:

  • Het steunen van wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken van hersenziekten en naar de mogelijkheden om deze aandoeningen te voorkomen, vast te stellen en te behandelen en de gevolgen ervan te verzachten.
  • Het verbeteren van de infrastructuur voor de bestrijding van hersenziekten.
  • Het geven van voorlichting over hersenziekten aan de bevolking, beroepskrachten en patiënten, gebruikmakend van uiteenlopende vormen van communicatie.
  • Het geven van advies aan de overheid.
  • Samenwerking met organisaties, voor zover bevorderlijk voor het bereiken van het doel van de stichting.
  • Samenwerking met soortgelijke organisaties in het buitenland.
  • Alle andere wettige middelen.

Verantwoording


Dit vraaggesprek met
Sandra Kooij is op adhd-land geplaatst met toestemming van de redactie van Hersenschakels en van de Hersenstichting Nederland.

Plaatsing op
adhd-land betekent niet dat de ADHD stichting het met inhoud en strekking van dit artikel eens is.
Ovename van dit vraaggesprek op andere webpagina's is alleen toegestaan als de volledige tekst wordt overgenomen (inclusief deze voettekst).

© HsN / ADHD stichting 1998-2000

adhd-land is een initiatief van de ADHD stichting