Gescheiden
werelden
Tot de
dag van vandaag zijn kinder- en volwassenpsychiatrie
gescheiden werelden. Onterecht, meent
psychiater Sandra Kooij. Veel stoornissen uit de
kindertijd blijken in de volwassenheid voort te
duren. Zo kon het gebeuren dat diagnostiek en
behandeling van de aandachts- en concentratiestoornis
ADHD bij kinderen allang bekend is maar bij
volwassenen nog in de kinderschoenen staat.
Noem
het toeval, maar misschien is opmerkzaamheid nog een
betere omschrijving voor de ontdekking die Sandra
Kooij ruim vier jaar geleden deed. Kooij is als
psychiater verbonden aan Psychiatrisch Centrum Joris
in Delft. Indertijd verbaasde ze zich erover dat een
van haar borderlinepatiënten anders reageerde op
medicijnen. Net in die tijd woonde Kooij een congres
over ADHD bij kinderen bij en hoorde daar dat deze
aandachts- en concentratiestoornis ook tot in de
volwassenheid kan voortduren.
Daar
had ik tijdens de opleiding nooit iets over gehoord,
aldus Kooij. Kinderen met ADHD zouden daar wel
overheen groeien was tot dan toe de mening. Toen
bleek dat er al een vracht aan informatie over ADHD
bij volwassenen bekend was. En dat medicijnen die bij
kinderen werden gebruikt ook bij volwassenen bleken
te helpen. De stemmingswisselingen, het onrustige,
impulsieve van de borderlinepatiënte
kwam ineens in een heel ander perspectief te staan.
Een ander medicijn bleek toen wel behoorlijk te
werken.
Pionieren
Vanaf
dat moment geldt het Joris, met Kooij als
pionier, als epicentrum van de kennis over ADHD bij
volwassenen. Inmiddels heeft zij zon 180 mensen
gezien die - volgens de voorlopige richtlijnen voor
diagnostiek die door haar zijn opgesteld - ADHD
hebben. Voor het ontwikkelen van expertise ging Kooij
te rade bij kinderpsychiaters en volgde ze trainingen
in de Verenigde Staten gehad waar ze - zoals wel
vaker - ook op dit terrein verder zijn.
Dankzij
de media-aandacht voor het onderwerp blijken ook
patiënten zich massaal te melden. In korte tijd is
er in Nederland een nog steeds uitbreidend netwerk
ontstaan van zon vijftig psychiaters en
psychologen waar mensen met ADHD terechtkunnen. De
polikliniek van Joris stuurt geïnteresseerde
psychologen, psychiaters en andere hulpverleners
informatiepaketten waarna hen wordt gevraagd mee te
doen in het ADHD-netwerk. In ruil daarvoor biedt
Kooij, samen met medewerker Arga Paternotte, van
patiëntenvereniging Balans, scholing. De tijd
is er rijp voor, zo bevestigt Kooij de grote
aandacht voor ADHD. Maar met belangstelling
alleen zijn we er nog niet. Er zijn nog veel
vragen bij ADHD. Zoals: waarom gaat de stoornis bij
de helft van de kinderen wel over en bij de andere
helft niet? En ook: het voorkomen van de aandoening
wordt bij volwassenen geschat op minimaal één
procent van de bevolking. Een enorm aantal, al noemen
Amerikaanse onderzoekers zelfs percentages van drie
tot vijf procent, maar kloppen die aantallen ook?
Middelenmisbruik
Onderzoek
heeft aangetoond dat ongeveer een kwart van alle ADHDers
te veel middelen gebruikt. Volgens de psychiater
hangt dat samen met de onrust- en impulsiviteit
dempende werking van alcohol en drugs. Een
soort zelfmedicatie dus. ADHD (Attention
Deficit/Hyperactivity Disorder) werd vroeger MBD
(Minimal Brain Damage) genoemd. Kooij spreekt het
liefst over een neurobiologische stoornis. Het
begint steeds duidelijker te worden dat ADHD erfelijk
bepaald is of verworven tijdens de zwangerschap.
Welke genen precies voor de stoornis verantwoordelijk
zijn wordt in Nederland nog onderzocht.
Door
toepassing van hersenscans begint duidelijk te worden
wat er zich in het hoofd van een ADHD'er afspeelt.
Het blijkt dat met name de frontaalkwab en de basale
ganglia, gebieden die een belangrijke rol spelen bij
concentratie en impulsbeheersing niet functioneren
zoals zou moeten. De doorbloeding blijkt onder andere
te haperen. Volgens de nieuwste theorie, van
professor Barkley uit de Verenigde Staten, is ADHD is
geen echte concentratiestoornis maar een zogeheten
inhibitiestoornis, dat wil zeggen: men
kan het eigen gedrag en denken niet afremmen. Die
ontremming zorgt voor concentratiestoornissen. Vergelijk
de informatiestroom bij iemand met ADHD met een
televisie waarop tien kanalen tegelijkertijd te zien
zijn. Mensen met ADHD kunnen slecht onderscheid maken
tussen hoofd- en bijzaken. Alles lijkt even
belangrijk. Daar bovenop komen nog de eigen gedachten
en associaties die niet te stoppen zijn. En hoeveel
psychotherapie je er ook voor inzet, daardoor gaan de
symptomen niet definitief weg, aldus Kooij. Wat
helpt wel? Medicijnen als Ritalin (een amfetamine)
die de betrokken hersengebieden stimuleren, waardoor
de concentratie weer toeneemt, blijken bij ongeveer
driekwart van de patiënten te helpen. De best
herstellende ADHD'ers blijken overigens mensen te
zijn die werk en een relatie hebben. Dit is
overigens niet specifiek voor deze aandoening. Het
beloop van psychiatrische stoornissen is meestal
positiever als de patiënt sociaal goed is ingebed.
Diagnose
Volgens
diagnosebijbel DSM-IV zal iemand met ADHD al vóór
zijn of haar zevende klachten gehad moeten hebben.
Die klachten bestaan uit concentratieproblemen,
hyperactiviteit en impulsiviteit. Daarbij moet er ook
sprake zijn van disfunctioneren, bijvoorbeeld in de
sociale omgang, studie of werk. Deze kenmerken moeten
ook nu nog, tijdens de volwassenheid, voorkomen.
Vooral
omdat ADHD een zogeheten dimensionele
stoornis is - die in meer of mindere mate voor kan
komen - zijn duidelijke criteria van groot belang. En
dat kost tijd. Want, zoals Kooij aangeeft,
waar leg je de grens? Iedereen heeft wel eens
last van concentratiestoornissen of hyperactiviteit.
Voor kinderen bestaan die criteria wel. Bij
volwassenen bestaan er aanwijzingen dat de symptomen
minder op de voorgrond treden. Misschien omdat ze er
minder last van hebben, misschien omdat ze ermee
hebben leren omgaan.
Onderzoek
Samen
met kinderpsychiater professor J.K. Buitelaar is
Kooij met een onderzoek naar het voorkomen van ADHD
bij volwassen in Nederland gestart. Het
epidemiologische onderzoek begon in september
verleden jaar met een groep van 2.000 mensen. Maar de
vragenlijst die de deelnemers moesten invullen is nog
niet gevalideerd. Dit betekent dat de vragenlijst nog
niet de officiële vragenlijst mag worden
genoemd in het onderzoek naar het voorkomen ADHD.
Deze validering is slechts één van de nog vele
pionierstaken die nog verricht moeten worden op dit
terrein. Momenteel spitst het Nederlandse
ADHD-onderzoek zich toe op het onderscheid tussen
ADHD en de borderline-persoonlijkheidsstoornis. Bij
dit onderzoek worden niet alleen psychologische tests
afgenomen. Ook wordt de hulp van een zogeheten actometer
ingeroepen, een chip die om de pols wordt bevestigd
om de beweeglijkheid van de drager te meten. Uit een
eigen pilot-onderzoek van Kooij naar volwassenen met
ADHD bleek dat zij, met name in hun slaap, duidelijk
beweeglijker zijn.
Tot op
de dag van vandaag zijn kinder- en
volwassenenpsychiatrie gescheiden werelden. Er wordt
te weinig onderling overlegd, aldus Sandra Kooij.
Gelukkig lijkt de zaak nu in beweging te komen.
En dat betekent goed nieuws. Niet alleen voor de
volwassenen met ADHD maar ook voor volwassenen met
autisme en Gilles de la Tourette, voorbeelden van
stoornissen die in de volwassenheid blijven
voortduren.
Eindredactie: Eugène van
Haaren, Irene Broer